Donderdag, 5 juli, 2007

Geschreven door: Eilander, Jan
Recensie door: Voskamp, Nico

What's on a man's mind

Nostalgie voor jongeren over de houdbaarheidsdatum

Het helpt, als je Jan Eilanders What’s on a man’s mind wilt lezen, als je ouder dan 30 bent. Het helpt nog meer als je van voetbal houdt, en als je muziek uit de jaren zestig en zeventig – in het bijzonder Nederlandse smartlappen – groots vindt, kan het boek helemaal niet meer stuk. Niet dat jongere jongeren het niet zouden waarderen. Het boek is stilistisch en inhoudelijk de moeite waard voor iedereen, maar de echte nostalgie mist de jongere wellicht.

Laten we bij de vorm beginnen. What’s on a man’s mind is een verhalenboek. Van kaft tot kaft staan er 32 in, korte en langere, slechtere en briljante. Bij de verantwoording staat dat een aantal verhalen en/of passages in deze bundel eerder zijn gepubliceerd, in diverse boeken, bladen en in het ‘onvolprezen huis-aan-huisblad Onder de Toren uit Emmeloord’. Dat verklaart het kwaliteitsverschil.

Want verschillend zijn deze verhalen. In kwaliteit, maar ook in onderwerp. Zo zijn er de voetbalverhalen, over vader Eilander die met zoontje naar een uitwedstrijd gaat, dan wel naar de training, dan wel aan zoontje het Heilige Gras van de Arena laat voelen, dan wel de glorieuze uitstraling van J. Cruijff aan zoon tracht over te brengen. Deze verhalen schitteren door zijn onvoorwaardelijke liefde voor voetbal en zoon – niet noodzakelijk in die volgorde, en weten soms te ontroeren.

Twee andere passies, de muziek en verre reizen, bepalen andere verhalen. Eilander maakte deel uit van de band Trio Bier en heeft iets met Nederlandse smartlappen. Gelukkig schakelt hij even zo vlotjes over naar punk/new wave uit de zeventiger jaren. De passie voor muziek, zuiver omdat het zo diep in zijn leven is verankerd, levert enkele pareltjes op. Minder parelend zijn zijn verre reizen. Woest avontuurlijk soms, ja, maar echt blijven hangen doen ze niet.

Bazarow

In zijn persoonlijke verhalen, over mens, vrouw, zoon, familie, ten slotte, zien we het ouder wordende en soms weerbarstige lichaam aan bod komen, de verschillen tussen vroeger en nu, de soms onbegrijpelijke houding van de jeugd van tegenwoordig. Het zijn redelijk voorspelbare thema’s en toch weet Eilander hier het vaakst te ontroeren. In soms geestige, soms fladderende taal schetst hij trefzeker de verhoudingen thuis. Ook hier spettert de liefde voor vrouw en kind van de bladzijden.

Stilistisch varieert Eilander sterk. In het eerste verhaal, ‘Flevopolder’, gaat de schrijver met zijn zoontje naar Walibi World. Tegelijk is het een reis terug in de tijd, terug naar de zeventiger jaren toen Walibi World nog Flevohof heette. In een paar zinnen zet hij haarscherp het verschil tussen de twee parken neer: van het oude Flevohof ‘moest je wat opsteken’, terwijl het nieuwe Walibi World attracties heeft als ‘Superman The Ride’. De taal is speels, kinderlijk, huppelend haast en geeft perfect weer hoe kinderen een dagtripje beleven. Met flashbacks naar zijn eigen uitstapjes met pappa op de Solex maakt de schrijver het contrast tussen toen en nu zo scherp als een scheermes. En – enorme prestatie – zonder in de valkuil van het valse sentiment te stappen. Een pareltje.

Dan is het verhaal ‘Camping’ duidelijk minder. Het laat de weerzin zien van de schrijver tegen het kampeergevoel. Hij is geen buitenman: ‘Verder was het een hel, vierentwintig uur per dag. Dat geklooi, wc-hokken, badschimmel en campingmargarine op nog geen half uur rijden van huis!’ Na de eerste twee alinea’s weten we dat als lezer wel en wordt het verhaal voorspelbaar.

Om dan nog een derde en definitief voorbeeld te geven: ‘Diner’ mag de klassiekerstatus krijgen. In zes bladzijden legt Eilander bloot hoe onoverbrugbaar het verschil is tussen muziekliefhebbers en mensen die muziek ‘wel aardig’ vinden. De hoofdpersoon in dit verhaal – Eilander zelf – laat zijn ‘film aller tijden’ aan zijn meisje zien. Shrevie, protagonist uit de film, is een muziekfanaat. Diens vriendinnetje behandelt zijn lp’s zonder respect. Ze maken ruzie, hij zegt bij de deur: ‘De eerste keer dat ik jou ontmoette .. speelde de band Ain’t that a shame.’ Ze staart hem in onbegrip na.
De hoofdpersoon – Eilander zelf – als hij deze sleutelscène laat zien: ’En weer was ik Shrevie. Kippenvel op mijn armen, beetje natte ogen. “Snap je ‘t, nou?” vroeg ik aan mijn meisje.
Echt snappen? Nee. Maar ze waardeerde mijn eerlijkheid.’

Meer, veel meer leuke en soms overdonderende verhalen levert Jan Eilander in dit boek. De meeste zijn goed, waardoor je hem de mindere vergeeft. Een prettig soort nostalgie doordrenkt de bladzijden. Daarbij blijft de schrijver heel knap ver uit de buurt van het ‘vroeger was alles beter’-toontje. En als je niet de leeftijd hebt om die nostalgie te proeven, ook best. Het blijft prima vakantielectuur voor een ontspannen uurtje op de camping of, pakweg, in de nachttrein naar Istanbul.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.