Dinsdag, 5 januari, 2021

Geschreven door: Vasalis, M.
Recensie door: Veen, Evert van der

Verzameld werk Poezie & proza

Innige poezie

[Recensie] M. Vasalis is het pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn – Leenmans die werkzaam was als psychiater. Vasalis is de verlatinisering van haar meisjesnaam Leenmans (= vazal). Zij koos voor het initiaal M zodat niet duidelijk zou worden dat zij vrouw was. Zij leefde van 1909 tot 1998 en debuteerde in 1940 met de novelle Onweer, waarna meerde dichtbundels volgden. In 2002 verscheen postuum de bundel De oude kustlijn. In 1974 ontving zij voor haar oeuvre de Constantijn Huygensprijs en in 1982 de P.C. Hooftprijs.

Vasalis kan goed observeren en weet de sfeer in haar gedichten goed te treffen. Haar taalgebruik is intens en vanuit de schets van de natuur, de omgeving of een gebeurtenis komt zij tenslotte bij het innerlijk perspectief van de mens en zijn diepere gevoelens. Daaruit blijkt haar psychiatrische achtergrond. Het zijn vaak alledaagse, soms op het eerste gezicht niet heel boeiende, onderwerpen die haar inspireren. Ze weet er vervolgens een diepere laag aan te geven waardoor er vaak een wat mysterieuze sfeer ontstaat zoals in het gedicht Kind dat in wat verheven taal het kinderleven vertolkt. Het laatste couplet doet vermoeden dat het kind aan het strand is verdronken. Een ander gedicht dat mij bijzonder aansprak is Begrafenis van mevrouw T. waarin de melancholieke sfeer van een dergelijke plechtigheid sterk wordt getroffen. Die weemoedige ondertoon is in veel van haar gedichten aanwezig. Misschien dat daarin haar ervaringen met mensen in haar werk als psychiater een rol spelen. De wetenschap dat er zoveel in de menselijke geest leeft dat vaak maar amper of indirect naar boven komt, de verborgen melancholie in het hart van veel mensen waar zij soms maar nauwelijks aan toekomen of dúrven komen.

Bekend(er) zijn haar gedichten over afscheid en dood: Steen, Sotto Voce en “In de oudste lagen van mijn ziel” die zeer treffend de pijn van voorgoed loslaten verwoorden zoals in “Steen”:

          Verdriet kit al mijn krachten samen,
          zodat ik roerloos word als steen.
          Mijn hele wezen wordt materie,
          een ondoordringbaar star mysterie,
          o sla de rots, opdat ik ween.

Boekenkrant

Ook het gedicht De verstekeling, waarin een kind met een schip wordt vergeleken, beschrijft hoe de dood al vanaf de geboorte onzichtbaar maar onmiskenbaar deel uitmaakt van ons menselijk bestaan.

Een kleiner gedeelte van het boek bevat een aantal korte verhalen. A.L. Snijders die elke zondagmorgen op zijn zeer kenmerkende wijze een zkv (= zeer kort verhaal) voorleest, wordt hier als uitvinder van dit genre voorgesteld. Dat lijkt mij, in het licht van deze verhalen van Vasalis, niet terecht. Ook zijn Fragmenten van een journaal met oorlogsherinneringen.

Een korte verantwoording sluit het boek af.

De kracht van Vasalis blijkt uit haar vermogen om de mens echt te observeren, in z’n omgeving te plaatsen en daarmee te verbinden. Haar gedichten vragen aandacht om te lezen en te doorgronden maar hebben dan ook iets te zeggen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles