Woensdag, 25 november, 2020

Geschreven door: Paustovski, Konstantin
Recensie door: Lalagè

Verre jaren

Adembenemend mooi geschreven

[Recensie] Bij de eerste zinnen van Verre jaren ben ik al helemaal onder de indruk. Wat waanzinnig mooi geschreven! Twee veellezers raadden me deze autobiografische serie van zes boeken aan, omdat het zo prachtig is. En ze hebben gelijk. In dit eerste deel beschrijft Konstantin Paustovski zijn jeugd in Rusland rond 1900. Het lijkt wel een soort sprookjeswereld met betoverende landschappen. Er zijn excentrieke ooms en tantes, zoals de oom die wereldreiziger is en de fantasie van de kleine Kostik op hol doet slaan. Het is heerlijk om te lezen hoe de jongen de wereld om zich heen observeert.

Als Paustovski zestien jaar is, wordt zijn vader ontslagen en het gezin valt uit elkaar. Eerst woont hij een tijdje bij zijn oom en tante, maar hij wil terug naar zijn oude gymnasium. Dus hij zal voortaan voor zichzelf moeten zorgen door bijlessen te geven. Ondertussen is hij ook gewoon een scholier die geintjes uithaalt met docenten, waar hij tegelijkertijd ook ontzag voor heeft. Paustovski blijft een dromer, die enorm geniet van literatuur en theater.

“Het leek alsof het theater voor altijd dood was, ingesponnen in spinnewebben, en dat niemand hier nog zou spelen.
Maar nu gingen de deuren open, er werd schoongemaakt en gelucht, men legde lopers uit en het stof werd uit de fluwelen bekleding van de loges geklopt, zodat ze van grijs weer kersrood werden.
In de zaal ging de kroonluchter aan. Eerst glansden de oude kristallen pegeltjes nog dof en onzeker maar toen zij onder de eerste muziekklanken huiverend moed vatten, begonnen zij te flonkeren als bonte, tinkelende sterretjes.”

Paustovski geeft een gedetailleerd beeld van het leven van gewone mensen in het Rusland van een eeuw geleden. Reizen doet men per trein, koets of slede en het duurt wel een paar dagen om van de ene plaats naar de andere te komen.

Bazarow

“Voor het eerst kende ik dat onbezorgde gevoel van op reis zijn, wanneer je nergens aan hoeft te denken en niets anders te doen hebt dan te kijken naar de aan het raam voorbijglijdende korenvelden, bosschages en kleine stationnetjes waar boerenvrouwen op blote voeten melk verkopen, naar riviertjes, wisselwachters en stationschefs met stoffige, rode petten op, naar ganzen en naar dorpskinderen die onder het roepen van ‚ÄėMeneertje, gooi een kopeke naar buiten!‚Äô met de trein meehollen.”

Qua schrijfstijl blijft het adembenemend mooi, wat zeker ook te danken is aan de uitstekende vertaling van Wim Hartog. Die heeft zijn werk herzien voor de heruitgave van deze serie door uitgeverij Van Oorschot. Achterin staat een begrippenlijst met nuttige achtergrondinformatie. De eerste twee delen zijn in √©√©n band te koop, wat een zwaar boek oplevert. Daarom heb ik voor het e-book gekozen, waarin het volgende deel dus al voor mij klaarstaat. Wordt vervolgd!

Eerder verschenen op Lalagè leest