Zaterdag, 17 november, 2018

Geschreven door: Hooff, Paul van
Recensie door: Gaal, Monique van

Van hier tot Tokio

Stoere man op de motor

[Recensie] Ik heb gemengde gevoelens over het zeer persoonlijke reisboek Van hier tot Tokio van motorjournalist Paul van Hooff (1964). Terwijl ik mij aanvankelijk nog wat erger aan de stoere mannenpraat en de vele verwijzingen naar alles wat maar met motoren te maken heeft, begin ik naarmate ik doorlees, scheurtjes in dat stoere gedrag te ontdekken en ontroert het boek me op momenten zeer.

Eerder schreef Van Hooff over zijn motortocht van Alaska naar het zuidelijkste puntje van Argentinië, in het in 2014 verschenen boek Man in het zadel. Nadat hij via een crowdfunding project genoeg geld bij elkaar heeft gesprokkeld voor een tweede lange reis – ditmaal van Amsterdam helemaal naar Tokio – met zijn veertig jaar oude Moto Guzzi V7 (‘Guus’ voor intimi), vertrekt hij hartje winter. Het wordt een barre reis vol obstakels. Alleen al het binnenrijden van Turkije blijkt een hels karwei, als je net als Van Hooff niet over het vereisde visum beschikt (veel voorbereidingen heeft de schrijver niet getroffen). De koude nachten, met temperaturen ver onder nul, in de besneeuwde bergen van Armenië brengt hij door in zijn kleine tentje. Zijn plan om door de ‘Stans’ en Mongolië te rijden valt op het laatste moment in duigen; het aanvragen van de verschillende visa zal hem zóveel tijd gaan kosten, dat hij besluit de rit voort te zetten door Rusland. Maar met hoeveel tegenslag Van Hooff ook te maken krijgt, het loopt toch altijd wonderwel weer heel goed met hem af.

Zal ik dit wel een reisboek noemen, of eerder een rij-boek? Van Hooff houdt zich namelijk totaal niet bezig met de omgeving zoals de doorsnee reiziger dit doet. Mooie natuur, oude culturen, hij doet er nauwelijks verslag van. Hij rijdt en rijdt, maar geeft de lezer nauwelijks inzicht in de landen waar hij doorheen rijdt. De weg, het asfalt en de weersomstandigheden, die zijn voor hem van belang. Vermeldingen van de slechte staat van de wegen, de vele details van zijn geliefde motor, de versnelling waarin hij op een bepaald moment rijdt. Maakt hij onderweg vrienden, dan zijn dit andere, wiet rokende, sterke drank drinkende, stoere mannen (ja, zelfs in Iran). Komt hij onverhoopt toch eens een vrouw tegen, dan bekijkt hij haar met begerige ogen. Tenminste, als zij mooi is.

Met de aankomst in Rusland verandert voor mij de teneur van Van Hooffs verhaal aanzienlijk. In Wolgograd belandt hij op de intensive care na een nachtje wodka drinken met nieuw opgedane motorvrienden. Zijn omgang met verpleegster Evgenia en rechercheur Alexander wordt op zeer sympathieke wijze beschreven. Ineens is Van Hooff meer dan alleen die stoere man op zijn motor. En als hij dan even later getuige is van een ongeval en het leven van een tiener redt, terwijl de andere weggebruikers bewegingsloos toekijken, of erger: foto’s en filmpjes staan te maken, zien wij hoe klein het hartje van Van Hooff wel niet is. Hij wordt dé held in de Russische media, en mensen die hij onderweg tegenkomt herkennen hem van tv.

Scènes

Dat kleine hartje van Van Hooff komt ook goed tot uiting in de verhalen over zijn twee Boliviaanse zoontjes, die achter zijn gebleven bij hun moeder in Sucre (Bolivia), waarvan hij gescheiden is. Het gemis van zijn kinderen raakt hem diep, bij elke stap die hij maakt, en hij kijkt intens uit naar het weerzien met hen. Het zijn met name díe verhalen die ontroeren, en van Van Hooff een mooi mens maken.

Al met al is Van hier to Tokio een onderhoudend boek, dat bovenal bewondering afdwingt voor Van Hooffs doorzettingsvermogen. Online is veel van hem te vinden in de vorm van foto’s, filmpjes en verhalen, o.a. op zijn eigen site www.guzzigalore.nl.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles