Zondag, 10 februari, 2013

Geschreven door: Asbridge, Thomas
Artikel door: Lendering, Jona

The First Crusade

Heilige Oorlog

[Recensie] Ik heb al eens geschreven over de veldslag bij Manzikert, waar de leider van de Seljukische Turken, Alp Arslan, in 1071 de Byzantijnse keizer, Romanos IV, versloeg en zelfs gevangennam. De sultan was niet geïnteresseerd in deze oorlog – hij was in feite op weg naar Cairo, om daar af te rekenen met de zijns inziens ketterse Fatimiden – en legde de keizer een niet al te hoge schatting op. De aristocratie in Constantinopel zette Romanos echter af en weigerde zelfs de gevraagde matsprijs te betalen. Een verontwaardigde Alp Arslan liet de Fatimiden daarop wat ze waren en viel het onbewaakte Byzantijnse Rijk binnen. Binnen de kortste keren stonden zijn troepen aan de Zee van Marmara en was hij meester van het gebied dat nu Turkije heet.

In Constantinopel zocht men nu hulp in het westen, bij de half-barbaarse volken die de Byzantijnen gemakshalve allemaal aanduidden als ‘Franken’. Weliswaar waren het onbetrouwbare woestelingen, die ook nog een onjuist beeld hadden van de oorsprong van de Heilige Geest en derhalve dienden te worden beschouwd als vervaarlijke ketters, maar het moest gezegd: ze konden goed vechten en waren voor de duvel niet bang, dus laat staan voor Seljukische Turken.

Dus reisde een diplomaat naar de paus, met een brief waarin werd gevraagd of deze in staat zou zijn soldaten te leveren. De Romeinse bisschop maakte er werk van en belegde een vergadering: niet in Italië, maar in Frankrijk, waar de oproep groter bereik zou hebben. Inderdaad slaagde de paus in zijn missie, en al snel trokken de woeste horden naar Constantinopel. Daar sloeg de bewoners de schrik om het hart, maar keizer Alexios slaagde erin de diverse groepen uit elkaar te houden, zette ze een voor een over naar Azië en liet alle Frankische leiders een eed van trouw afleggen.

In de volgende maanden heroverden de nieuwe huurlingen Nicea en versloegen ze de sultan bij Dorylaeum, waarmee de Seljuken zo’n 300 kilometer naar het oosten werden teruggeduwd en niet langer stonden aan de Zee van Marmara. Vervolgens trokken de Franken over de Taurus en veroverden ze Antiochië, waar ze ontdekten dat de keizer hen niet alle beloofde steun had verleend. Daarop zegden ze hun eed van trouw op en trokken ze ten strijde tegen de Fatimiden in het zuiden. In 1099 namen ze Jeruzalem in.

Sociologie Magazine

U heeft inmiddels herkend dat dit is wat wij aanduiden als de ‘Eerste Kruistocht’. Alleen heb ik het verteld vanuit een ongebruikelijk perspectief, want de meeste West-Europese boeken beginnen dit verhaal met de ideeënwereld van paus Urbanus II. Zo’n boek is The First Crusade. A New History van Thomas Asbridge. Verschenen in 2004, toen Amerikaanse troepen in Afghanistan streden tegen islamitische fundamentalisten en in Irak tegen de aanhangers van Saddam Hoessein, kreeg het boek nog een tweede ondertitel mee: The Roots of Conflict between Christianity and Islam. In 2015 verscheen er een herziene versie in paperback.

Het mag dan vaker worden beweerd dat de Kruistochten een keerpunt zijn geweest in de betrekkingen tussen Oost en West, en het mag dan zo zijn dat zowel Europese als Arabische historici dit beweren – in de epiloog van zijn Les Croisades vues par les Arabes neemt de auteur, Amin Maalouf, hetzelfde standpunt in – het is, in goed Nederlands gezegd, onzin. Als je kijkt naar de ideologie, is het conflict zo oud als de islam zelf: Mohammed heeft zijn volgelingen gezegd dat ze in Constantinopel zouden regeren. Als Geert Wilders zegt dat de islam een anti-westerse geloofsinhoud heeft, dan snijdt die opmerking hout. Als je daarentegen kijkt naar de praktijk, dan bestaat ‘de’ islam net zo min als ‘het’ christendom. Ik heb hierboven al aangegeven dat de christenen verschillend dachten over de oorsprong van de Heilige Geest en dat de Seljuken de Fatimiden beschouwden als ketters. En ook tegenwoordig bestaan die tegenstellingen: de VS bestreden in Afghanistan religieuze fanatici en in Irak nationalisten.

Dat ‘het’ christendom destijds niet bestond, is relevant, want Asbridge besteedt weinig aandacht aan het Seljukisch-Byzantijnse conflict, hoewel dat wel degelijk een zeer belangrijke, misschien wel de belangrijkste, oorzaak was van de Eerste Kruistocht. Het is wat wonderlijk een westers perspectief te kiezen voor een oorlog die zijn wortels heeft in het Oosten.

Dat ‘de’ islam destijds evenmin bestond, is eveneens relevant, omdat het de uitkomst mogelijk maakte. Zolang de Kruisvaarders vochten tegen de Seljuken, staken de Fatimiden geen vinger uit om hun geloofsgenoten te beschermen, en vice versa. In de praktijk vochten de moslims en christenen even vaak tegen als voor elkaar. Al kort na de inname van Jeruzalem had een in zijn eer gekrenkte christelijke leider islamitische hulptroepen in dienst genomen om te vechten tegen een andere christelijke leider met islamitische hulptroepen. “De” islam en “het” christendom bestonden destijds vooral als ideologie, en veel minder als een bewerkende oorzaak van praktisch gedrag.

Om te bewijzen dat er een duurzaam conflict bestaat tussen islam en christendom, zou een historicus om te beginnen moeten uitleggen hoe het mogelijk is dat een ideologie wordt omgezet in handelen en vervolgens hoe die praktijk eeuwenlang kan zijn doorgegeven. In het geval van Asbridge, die de Eerste Kruistocht identificeert als het beslissende moment, ligt het zelfs nog complexer: hij moet aantonen waarom de ideologische norm ruim vier eeuwen kon worden genegeerd en toen ineens actualiteit kreeg.

Dit alles bewijst Asbridge niet. Dat wil overigens niet zeggen dat het niet bewezen zou kunnen worden. Hij kan gelijk wel degelijk hebben, maar hij toont het niet aan.

Wat hij wel biedt is een even traditioneel als fascinerend verhaal. Stap voor stap wordt de lezer meegenomen van de pauselijk oproep in Clermont-Ferrand naar Constantinopel, naar Antiochië en naar Jeruzalem. Steeds opnieuw geeft Asbridge aan waarom hij welke bron wel of niet volgt, en hij weet het verhaal goed te vertellen. De beschrijving van het beleg van Antiochië is een hoogtepunt: de Kruisvaarders vielen eerst de stad aan, zagen zich na hun overwinning ineens zélf belegerd, deden vervolgens met de moed der wanhoop een uitval en hadden uiteindelijk tegen alle redelijke verwachtingen in succes.

Asbridge ontkracht en passant nogal wat historische mythen. Zeker, toen de kruisvaarders in Antiochië werden belegerd, vond iemand de punt van de lans waarmee de gekruisigde Jezus was getroffen, maar het is niet waar dat dit de milites Christi beslissende inspiratie bracht. En veel belangrijker: het is volgens Asbridge echt verkeerd te denken dat de Eerste Kruistocht een soort plundertocht was waarbij het de soldaten alleen om buit was te doen. Dat is te modern gedacht. De voornaamste drijfveer was toch echt geloofsijver en persoonlijke eer.

Dat maakt The First Crusade, of – zoals het in de in 2006 verschenen Nederlandse vertaling van Mieke Lindenburg heet – De Eerste Kruistocht – al met al toch tot een heel boeiend boek. Wie de tocht als het ware wil meemaken, is aan het goede adres. Maar de eigenlijke analyse schiet tekort: de wortels van de moslimfundamentalistische jihad en de westerse war on terror zijn veel complexer en liggen zowel voor als na als tijdens de Eerste Kruistocht.

Eerder verschenen op mainzerbeobachter.com