Dinsdag, 20 april, 2021

Geschreven door: Ramsey Nasr
Artikel door: Voskamp, Nico

De fundamenten

Hebzucht, onvermogen en een nieuw begin. Misschien

[Recensie] Dit werkje is bescheiden in zowel formaat als dikte. Het zou zomaar in je binnenzak, handtas of broekzak passen om mee te nemen en op ongeregelde tijden open te slaan en een stukje hardop te lezen. Dat is met klem aan te raden want het staat barstensvol wijze woorden.

Een fijne boodschap is het echter niet die Ramsey Nasr ons hier brengt. ‘Au contraire, mon cher’. In klare taal: de wereld gaat naar de ratsmodee en wij overleven het niet. De mensheid parasiteert al eeuwenlang op onze mooie blauwe bol (blauw ja, vanuit de ruimte gezien) en zo langzamerhand komt het einde van alle bronnen, de natuur, het voedsel, de lucht en het water in zicht. Waarbij je ‘langzamerhand’ eigenlijk moet lezen als ‘bliksemsnel’.

Klinkt dat verontrustend? Zo is het ook bedoeld. Nasr zat, net als iedereen in Corona-lockdown en gaf in een drietal essays woorden aan zijn gedachten. De essays verschenen in NRC Handelsblad. Dat hij tijd genoeg had om zijn bezorgdheid puntig te verwoorden, wordt duidelijk bij lezing. Met een logisch opgebouwd verhaal geeft hij inzicht in de huidige toestand in de wereld, de levenshoudingen die daarvoor verantwoordelijk zijn, en het onplezierige vooruitzicht dat aan de horizon wacht als we blindelings doorgaan zoals we doorgaan.

Als het daarbij bleef, was dit een ‘gewoon’ analytisch boek zoals er meer zijn. Nasr gebruikt echter zijn formidabele taalgevoel (en vileine humor) om zijn punten te maken, inclusief verwijzingen naar economen, filosofen en marktwerkingdenkers. In de inleiding legt hij Boccaccio’s boek over de pest Decamerone naast de huidige Covid pandemie, die daar raakvlakken genoeg mee heeft. De Decamerone kwam weer in de publiciteit toen theatergezelschap ITA tijdens de pandemie besloot dat verhaal in delen voor te lezen in de Amsterdamse stadsschouwburg. Hij deed zelf de aftrap – en kwam los uit zijn lethargie.

Geschiedenis Magazine

In de tekst van het boek is mooi te zien hoe op dat punt het nadenken op gang kwam. Eerst over de belangrijkheid van kunst:

“De laatste keer dat dat gebeurde was in 2010. Toen waarde weliswaar geen virus maar wel Halbe Zijlstra door het land, ons eigen mislukte plurkenplaagje. Het kabinet Rutte 1 kondigde in dat jaar vernietigende bezuinigingen aan op kunst en cultuur, waardoor de sector gedwongen werd zich de Grote Bestaansvraag te stellen. Wat is dat, kunst? Wat is onze toegevoegde waarde? Ik herinner me pleidooien 
 waarin gewezen werd op de grote economische waarde van kunst of op haar veronderstelde nut voor de samenleving. Terwijl haar kracht nu juist ligt in het ontbreken daarvan.”

En door naar de huidige politieke situatie. We lezen over een politiek klimaat dat ons allemaal overkomen is de afgelopen jaren. Een klimaat dat zorgt voor bezuinigingen op essentiële onderdelen in de maatschappij, dat een zekere toeslagenaffaire mogelijk maakt, en niet in de laatste plaats de ongebreidelde winsthonger van aandeelhouders. En de daarmee samenhangende kansloze banen aan de onderkant van de maatschappij.

Fijne leeskost, noodzakelijk om te snappen hoe het zit. En hopelijk ook een incentive te geven om te bepiekeren hoe het verder moet. Nasr steekt met dit ideeënboek een thermometer in de fundamenten van een koortsige wereld, en de uitslag noopt tot stevig nadenken. Liefst een beetje snel.

Ook verschenen op Nico’s recensies