Vrijdag, 26 februari, 2021

Geschreven door: Dahl, Roald
Recensie door: Heijster, Karl van

Oom Oswald

Seksavontuurtjes op Freuds sofa

[Recensie] Roald Dahls roman Oom Oswald verhaalt over “Oswald Hendryks Cornelius zaliger, de kunstkenner, de bon-vivant, verzamelaar van spinnen, schorpioenen en wandelstokken, operaminnaar, expert op het gebied van Chinees porselein, vrouwenverleider en zonder enige twijfel de grootste neuker aller tijden.” – Pardon?! “Grootste neuker aller tijden”? Meneer Dahl, wat doet u nu?!

Een obsceen seksverhaal schrijven, dat is wat hij doet! En dat is misschien even wennen voor wie Dahl alleen als kinderboekenschrijver kent. Toch is Oom Oswald onmiskenbaar een Dahl, te herkennen aan het absurde gevoel en soms de zelfs wat sadistische humor van de schrijver. Zo is de plot van de roman compleet van de pot gerukt. Hoe oom Oswald zo rijk geworden is, vraagt u? 

Zijn allereerste fortuin vergaarde de dandy op zeventienjarige leeftijd, toen hij naar Soedan trok en met vijf pond verpoederde cantharinekever terugkeerde. Nu moet men weten dat de cantharinekever een wonderlijk sterk afrodisiacum is: Ă©Ă©n speldenprik in verpoederde vorm maakt de gebruiker zo waanzinnig geil dat deze in staat is urenlang te rampetampen. Geen wonder dus, dat de pil gretig aftrek vond in de rijke diplomatenkringen waar Oswald in verkeerde.

Maar zijn meesterplan zou hij in zijn twintiger jaren ontwikkelen, nadat zijn vriend en scheikundig hoogleraar A.R. Woresly hem, enigszins beschaamd en in een dronken bui, bekende een manier te hebben gevonden om sperma in te vriezen. Oswald vatte het plan op om, met hulp van wat cantharinepoeder en de beeldschone Yasmin, de grote genieĂ«n der aarde van hun zaad ontdoen. En jaren later, als die genieĂ«n – hopelijk dood – in marktwaarde waren gestegen, zou hij dat zaad doorverkopen aan snobistische rijke vrouwen die maar wat graag een klein genietje op de wereld wilden zetten.

TijdvoorTijdschriften

Klinkt dat absurd genoeg? Nou, dan heeft u de binnenkant van het paleis van koning Alfonso van Spanje nog niet gezien, waar het mogelijk is om te neuken zonder je te hoeven inspannen of zelfs maar te bewegen. Of het plan gehoord waarmee het trio de homoseksuele Marcel Proust zo ver krijgt zijn zaad te doneren. Maar het allergrappigste deel van de roman is ongetwijfeld wanneer Yasmin vertelt over haar avontuurtje op de sofa van Sigmund Freud:

“‘Er is iets vreselijk mis met me, dr. Freud! Iets vreselijks en ontstellends.’
‘En was ist das?’ vroeg hij, opverend. Kennelijk hield hij ervan over verschrikkelijke en ontstellende dingen te horen vertellen.
‘U zult het niet geloven,’ zei ik, ‘maar het is me onmogelijk langer dan een paar minuten in het gezelschap van een man te verkeren, zonder dat hij probeert me te verkrachten!’”

De hilariteit van Oom Oswald niettegenstaande, is het interessant om de oorspronkelijk in 1979 verschenen roman te (her)lezen in een #metoo-tijdperk. De gretigheid waarmee Oswald zijn vriendin Yasmin voor de groten der aarde werpt, zal ongetwijfeld wat feministische wenkbrauwen doen fronsen. Zeker tegen het einde van het boek, als zij aangeeft er langzaamaan genoeg van te hebben, bekruipt de lezer een wat ongemakkelijk gevoel. En hoewel Oswald de lezer verzekert dat hij zijn geld alleen maar verdient met zaken waar iedereen plezier aan beleeft, kun je je afvragen of het wel Ă©cht zo grappig is om mannen tot verkrachting te forceren. 

Toch zit de grootste zwakte van de roman niet in die, laten we zeggen, ongemakkelijkheden. Erger is dat het zich steeds herhalende verleidingsritueel van Yasmin, op den duur eentonig wordt. Daardoor boet Oom Oswald na verloop van tijd aan kracht in. Gelukkig is de roman kort genoeg om niet vervelend te worden. Bovendien leest het boek als een trein. Een sekstrein. Een amorele en obscene hogesnelheidssekstrein. En een hilarische bovendien. Iedereen aan boord!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles