Maandag, 25 januari, 2021

Geschreven door: Hickel, Jason
Recensie door: Glind, Bram van de

Less is more

‘Ontgroeien’ voor meer welvaart

Volgens de degrowthbeweging is een wereldeconomie die minder grondstoffen en energie gebruikt, ecologische grenzen respecteert en toch floreert, absoluut mogelijk. Om dit te bereiken moeten we volgens antropoloog Jason Hickel wat we hebben eerlijk met elkaar delen, onze economie niet tegen maar in balans met de natuur inrichten, en bovenal onze obsessie met economische groei overboord gooien.

[Recensie] De discussie over de wenselijkheid dan wel schadelijkheid van economische groei laait de laatste jaren weer flink op. Maar nieuw is de discussie allerminst. Bijna vijftig jaar geleden publiceerde de Club van Rome het rapport Limits to Growth, waarin ze waarschuwde voor de schadelijke gevolgen van oneindige groei. De voorspelde grondstoffen- en voedseltekorten vielen echter mee, en dus bleef groei het mantra in de decennia die volgden. Maar sinds de klimaaten biodiversiteitscrisis hoger op de politieke en publieke agenda staan, zwelt ook de groeikritiek weer aan.
Groeicritici vrezen niet zozeer meer voor een tekort aan grondstoffen, maar wel voor een onleefbare planeet. Kate Raworths Doughnut Economics was in 2017 een van de eerste populairwetenschappelijke groeisceptische boeken die een groter publiek bereikten. Twee jaar later ondertekenden ruim elfduizend wetenschappers een verklaring die opriep om bbp-groei als economisch doel te verwerpen. En in hetzelfde jaar sprak Greta Thunberg in haar beroemde speech voor de Verenigde Naties van “fairytales of eternal economic growth”. Het is duidelijk dat groeikritiek steeds breder omarmd wordt binnen de milieubeweging.

En toch blijft een politieke omslag vooralsnog uit. De naam van het onlangs gepresenteerde Nationaal Groeifonds is veelzeggend. Ook de ogenschijnlijk groene ambities van de Europese Commissie blijken gevangen in groeidenken. Zo moet volgens de Commissie de Europese Green Deal de uitstoot van broeikasgassen omlaag brengen, maar óók economische groei opleveren.

Degrowth
Volgens de degrowthbeweging waar economisch antropoloog Jason Hickel toe behoort, is deze obsessie met groei de centrale oorzaak van de huidige milieuproblematiek en onverenigbaar met ecologische grenzen. De beweging is nauw verwant aan groeicritici als Raworth en Thunberg. Rijke landen zoals Nederland zouden moeten ‘ontgroeien’ en hun grondstoffen- en energieverbruik terugdringen, maar hoe zorgen we ervoor dat dit ook daadwerkelijk gebeurt én dat iedereen een menswaardig leven kan leiden?
En wat betekent het om onze economie in balans met de natuur in te richten? Dit zijn de kernvragen waar de degrowthbeweging zich al jaren op richt. Wat begon met een enkele conferentie in Parijs in 2008, is nu een volwaardige academische discipline en maatschappelijke beweging. In honderden wetenschappelijke publicaties, en bij vele conferenties en bijeenkomsten onderzoekt de beweging hoe een florerende maatschappij zonder groei eruit kan zien. Hickels boek Less is More is een toegankelijke introductie op dit onderwerp, met concrete voorstellen voor hoe het anders moet.

Boekenkrant

Groei en grondstoffen
Door de coronacrisis begrijpt nu bijna iedereen de uitzonderlijke kracht van exponentiële groei. Cijfers voor mondiale economische groei zijn weliswaar laag, met rond de drie procent per jaar, maar dit betekent alsnog een verdubbeling van de economie in vierentwintig jaar, en een verviervoudiging in 48 jaar. In 2100 zou de economie zelfs acht keer zo groot zijn.
Omdat historisch gezien grondstoffenen energiegebruik sterk gekoppeld zijn aan economische groei, betekent dit zeer waarschijnlijk dus ook acht keer zoveel grondstoffenwinning en energieverbruik in 2100. En dat terwijl we nu al meer grondstoffen gebruiken dan de aarde aankan. Waanzin, in de ogen van Hickel.
Volgens Hickel is een florerende samenleving zonder groei zeker mogelijk. Maar niet binnen het huidige op groei gebaseerde systeem, waarin een jaar zonder groei een recessie betekent, met werkloosheid en armoede tot gevolg. Wanneer we doordacht onze maatschappij anders inrichten zou het mogelijk zijn om met een economie die minder produceert toch te floreren.

Eerlijk delen
Maar wat is een florerende samenleving? Hickel geeft geen concrete definitie, maar onderscheidt wel enkele belangrijke aspecten. Eerlijk delen van grondstoffen, werk en inkomen staan bij hem centraal. Om grondstoffen eerlijker te verdelen, moeten rijke landen zoals Nederland een limiet stellen aan hun grondstoffen- en energieverbruik, en deze limiet geleidelijk aanscherpen zodat relatief arme landen kunnen groeien om hun welzijnsniveau omhoog te brengen.
Hickel vraagt rijke landen als Nederland minder te produceren en consumeren. In de eerste plaats moeten we zeer milieubelastende industrieën als de olie-, rundvlees- en luchtvaartindustrie op een rechtvaardige manier afbouwen. Daarnaast moeten we geplande veroudering van producten verbieden. Nu worden producten als elektrische apparaten, meubels en kleding vaak op zo’n manier ontworpen dat ze relatief snel aan vervanging toe zijn. Dit is misschien goed voor economische groei, maar slecht voor de planeet – en moet dus verboden worden, aldus Hickel. Reclames moeten er ook aan geloven; die wakkeren volgens Hickel onnodige consumptie aan, en dragen niet bij aan welzijn.
Maar wat zijn de gevolgen van minder produceren en minder consumeren voor werk en inkomen? Ook hier moeten we volgens Hickel eerlijk delen, bijvoorbeeld via een vierdaagse werkweek. Een bijkomend voordeel is dat mensen meer tijd krijgen om andere belangrijke bezigheden uit te voeren die niet meetellen in het bbp, zoals zorgen voor een zieke of het opvoeden van kinderen.
Inkomen moet eveneens eerlijker worden verdeeld, onder meer door een limiet te stellen aan het verschil tussen de bestbetaalde en de slechtst betaalde binnen een organisatie. In de meest extreme gevallen verdient een CEO nu drieduizend keer zoveel als de slechtst betaalde werknemer. Volgens Hickel zou in de wet vastgelegd moeten worden dat dit verschil maximaal een factor tien mag zijn.

Ontgroeien gaat dus veel verder dan alleen het vervangen van het bbp door bredere welvaartsindicatoren. De genoemde voorstellen zijn slechts een greep uit de vele ideeën in Less is More. De kracht van het boek is dat Hickel niet alleen misstanden analyseert, maar met zijn visie ook hoop biedt voor de toekomst. Voor iedereen die op zoek is naar concrete alternatieven voor economische groei is dit boek een aanrader.

Eerder verschenen in De Helling

Bram van de Glind is stagiair bij het project Groene Industriepolitiek van Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. Hij studeert international environmental studies aan de NMBU in Noorwegen