Dinsdag, 9 februari, 2021

Geschreven door: Corremans, Luc
Recensie door: Goedgezelschap, Guido

Jeanne

Staat je levenswandel in de sterren geschreven, …?

“Ik ben Belg van geboorte en Italiaan van hart.”

[Recensie] Op deze manier beschrijft de auteur, kort maar veelzeggend, zichzelf. Luc Corremans is een Vlaamse auteur die kan terugblikken op een veertigtal boeken die hij schreef of zijn medewerking verleende bij het tot stand komen. Hij was coauteur van de prachtige reeks van zes boeken over de Eerste Wereldoorlog. Zijn interesse voor geschiedenis en kunst resulteerde onder andere in De mooiste schilderijen in België, editie Nieuwe Meesters, waarin een hoofdrol was weggelegd voor Amedeo Modigliani, de Italiaanse schilder en beeldhouwer.

Jeanne is het meeslepende, vaak dramatische maar ook, op geschiedkundig gebied, educatieve verhaal van Jeanne Héburtine (Meaux, 06 april 1898-Paris, 26 januari 1920) en Amedeo Modigliani (Livorno, 12 juli 1884-Saint-Etienne 24 januari 1920). Het zal wel geen toeval zijn dat de auteur, voor het eerste deel van zijn trilogie, de Italiaanse schilder en beeldhouwer laat opdraven, gezien zijn grote interesse in het laarsvormige schiereiland.

Het verhaal begint in mei 1914 in Parijs, de periode van de Belle Epoque, en Wereldoorlog I is niet ver weg. De zestienjarige Jeanne, de enige protagonist in deze roman, een mooi meisje met artistiek talent, krijgt van een bloemenverkoper een paarse omslag. De inhoud is mysterieus, maar zal levensbepalend blijken voor de jonge kunstenares, en van de volgende quote worden we voorlopig ook niet veel wijzer.

Scènes

“Zoek mij en zelfs als je mij vindt, zal je me niet vinden.”

Samen met de bloemenverkoper Tristan neemt ze deel aan een spirituele seance. Deze belevenis, die grote indruk maakt op Jeanne, brengt haar naar het wereldberoemde Parijse kerkhof Père-Lachaise, een plaats die een belangrijke plaats blijft innemen tot en met de laatste bladzijde van het boek.

In de Schilderscadémie Colarossi ontmoet Jeanne voor het eerst Modigliani. Een niet zo’n fraaie ontmoeting want de dronken schilder heeft op een onzachte manier kennis gemaakt met de kinderkopjes die de Parijse bodem bestraten. Heeft Jeanne toen al iets gevoeld voor de Italiaan? Hoe het ook zij: zij staat op een kantelmoment in haar leven: van meisje tot jonge vrouw, en zij luistert met veel aandacht en nog veel meer ontluikende interesse naar haar vriendinnen, want zij hebben ervaring in de liefde. Het jonge meisje wordt er zowaar rusteloos van.

“Ze wilde alles tegelijk.”

En dan is er ook nog harten negen, …

Amedeo Modigliani (Dedo, Modi) is een talentvol kunstenaar, Italiaan, schilder en Jood. De gelukkige momenten in zijn leven zijn schaars: zijn schilderijen verkopen slecht en hij lijdt aan tuberculose waardoor hij niet meer kan beeldhouwen, hij mist zijn land en hij voelt zich minderwaardig omdat zijn ziekte hem belet om soldaat te zijn.  En toch, … ondanks alles is hij een levensgenieter. Als compensatie zoekt hij zijn heil in de alcohol, drugs en, … vrouwen. Aan dat laatste heeft hij overigens geen gebrek. Zijn uitspattingen tijdens de nachtelijke uren zijn alom gekend in het Parijse kunstenaarsmilieu.

Het onvermijdelijke gebeurt: Jeanne, in het besef dat vele vrouwen haar voorgingen in zijn armen, wordt hopeloos verliefd op Modi, de zuiderse adonis en de liefde is ontegensprekelijk wederzijds, ja, zelfs onstuimig. Het leeftijdsverschil van vijftien jaar maakt voor Jeanne niet veel uit en op twintigjarige leeftijd begint ze een relatie met haar Italiaanse ‘god’. Hun liefdeslijn kent zeer veel diepe dalen en schaarse pieken: ze leiden een armoedig bestaan, vooral te wijten aan het feit dat Modi geen brood op de plank brengt en altijd maar hoopt op de financiële steun van zijn moeder in Livorno en de voorschotten die hij vraagt aan zijn manager. Ook de geboorte van hun dochtertje Giovanna (Jeanne) brengt weinig vreugde in hun leven. Natuurlijk mogen we niet uit het oog verliezen dat er een wereldoorlog woedt, maar pas op het eind van die oorlog wordt Parijs bedreigd. Het echtpaar Modigliani vlucht naar Nice. Het klimaat is er beter voor de tuberculose, maar Modi kan het niet opbrengen om vlijtig aan het schilderen te gaan. Het gaat van kwaad naar erger met zijn aftakelende lichaam en op 24 januari 1920 verlaat hij het aardse tranendal met de woorden:

“Italia, cara, cara, Italia.”

Jeanne blijft verdwaasd en verweest achter. Wat een mooi periode in haar leven moest worden is nu, door de afwezigheid van haar man, haar grote liefde, veranderd in een akelige leegheid en duisternis waarin zij nog maar weinig toekomst ziet. Ongetwijfeld had zij het zich allemaal anders voorgesteld toen zij als aantrekkelijk jong meisje haar eerste stappen zette in de kunstwereld, in het leven en de liefde. Alles spat als een zeepbel uit elkaar en donkere gedachten sluipen haar geest binnen, …

“De wereld die Jeanne tot nu toe bewoond had, bestond niet meer. Haar zinnen waren niet meer actief zoals ze altijd waren geweest, in die mate dat ze niet besefte dat Dedo zijn ogen had gesloten en niet meer zou openen. […] In het volle gewicht van haar zwarte gemoed doken vragen op die anders nooit zouden worden gesteld. […] Kom je nog overeind als je omvergeblazen bent door een orkaan van smart? Als je pijn niet uit te drukken is in een gekende taal?”

En voor ik het vergeet: het getal 99 is een zeer belangrijk getal.

Ik had de eer en het genoegen om 1 van de 100-1 testlezers te zijn van Jeanne. Samen met haar, en nog een handvol andere personages, haarfijn getypeerd en in een zeer nauwkeurig beschreven setting , kon ik flaneren door de straten van de Franse hoofdstad in de periode 1914-1920. Heel wat interessante ontmoetingen had ik tijdens mijn wandeling: o.a. met Pablo Picasso, die andere grootmeester, waarop Modi erg jaloers was. Vaak hadden zij hoogoplopende discussies.

“Je hebt me pijn gedaan in het café‘,sprak Picasso, […]
Ik heb het niet zo bedoeld, daarom ben ik hier, ’antwoordde Modigliani.”

Toch was het de Spaanse kunstenaar die er voor zorgde dat de XVII Biënnale van Venetië een retrospectieve expo bevatte over het werk van Modigliani, … tien jaar na zijn overlijden. Maar de opmerkelijkste en opvallendste ontmoeting hadden Modi en ik met de piepjonge Simone de Beauvoir, die samen met haar kleine zusje oorlogje speelde.

Dit boek, 547 bladzijden, lees je niet eventjes zo maar uit. Je moet als lezer de tijd nemen om je in te leven in de maatschappij van pakweg honderd jaar geleden en de gewoontes die er heersten in een metropool als Parijs, de stad van licht, nachtleven en kunstenaars, … Luc Corremans neemt zijn tijd om ons te brengen waar hij wil, maar hij vraagt ook om geduld op te brengen. Elke gebeurtenis heeft zijn betekenis in het vervolg van het verhaal. Om zijn verhaal te funderen en te omkaderen snijdt Corremans diverse thema’s aan: kunst, kunstenaarsleven, armoede, alcoholisme, prostitutie, liefde, ziekte, dood en, … spiritualisme. Dat laatste is verrassend te noemen en de auteur heeft daar zijn redenen voor, maar misschien is dit thema toch iets te nadrukkelijk aanwezig in het verhaal. De auteur schrijft in een verzorgde stijl waarin taalbeheersing en duidelijkheid een belangrijke rol hebben in de vlotte leesbaarheid , maar de hoofdstukken over spiritualisme vragen van een leek in deze materie toch extra aandacht. Is het een page-turner? Neen. En dat is ook niet de bedoeling geweest van de auteur met deze historische roman. Toch is het genieten van het onmiskenbare verteltalent van Luc, zonder daarbij de literaire waarde uit het oog te verliezen.

“En haar Dedo maar kronkelen in mineur, je zag hem niet bewegen en toch waren de kronkelingen er, hij in het obscure achter zijn ogen terugblikkend op het leven zonder iets te zien, een en al comateuze wazigheid was opeens het leven van Modigliani, de strever naar het volmaakte van wie het vlees al lang het ideaal van perfectie had afgezworen. Jeanne zag hem weggaan en het verdriet kliefde met lange halen door haar hart, de ene na de andere, en het was alsof er met elke nieuwe haal nieuwe ruimte vrijkwam voor een volgende, alsof haar hart onophoudelijk nieuwe kamers aanmaakte om het verdriet in onder te brengen.”

De auteur maakt vaak gebruik van flash-backs die een verhelderende en verklarende effect hebben op de roller-coaster aan gebeurtenissen: ze zijn als een houvast voor de lezer om niet te verdrinken in het verhaal.  Herhalingen moeten er dan weer mee voor zorgen dat belangrijke, maar ook dramatische en leidraad gevende situaties extra benadrukt worden. Cliffhangers op hun beurt zorgen er dan weer voor dat de nodige spanning in het verhaal wordt opgewekt: zij wekken de nieuwsgierigheid op en ze versterken de motivatie om je als lezer verder te verdiepen in het boek.

Her verhaal verloopt in twee nadrukkelijke verhaallijnen: in de eerste vijftig hoofdstukken van het boek lopen deze van Jeanne en Modi naast elkaar, met hier een daar een sporadisch raakpunt. Ongeveer midden in het verhaal lopen snijden hun verhaallijnen elkaar. Als lezer zou je dan verwachten dat vanaf dat moment het liefdespaar zich zou bewegen over één spoor, een mono-rail. Die lijn blijkt echter zeer dun, en dat zorgt, vooral door de losbandigheid en het gebrek aan verantwoordelijkheid van Dedo, in de grafiek van hun woelige relatie.

Ik heb de losse hoofdstukken die Luc Corremans mij stuurde met zeer veel aandacht gelezen en hier en daar wat repliek gegeven, wat hij als auteur apprecieerde. De laatste 49 hoofdstukken, van in totaal, … 99 stuks, heb ik in het boek gelezen. De auteur heeft mij van de eerste tot de laatste bladzijde kunnen boeien al waren er enkele passages bij die wat moeilijk liggen, maar dat heb ik tijdens onze recente email-contacten wel duidelijk gemaakt. Ik wil benadrukken dat het thema spiritualisme geenszins afbreuk doet aan de waarde die dit boek moet innemen in de top van de Nederlandstalige Historische Romans. Voor mijn part mag ook het label ‘psychologische’ toegevoegd worden. Jeanne is het eerste deel in deze trilogie. Camille, over Camille Claudel en mede gebaseerd op het leven van Auguste Rodin. Het derde deel Victorine, over Victorine Meurent en mede gebaseerd op het leven van Edouard Manet maakt het drieluik compleet.

“De enige protagonist in deze romans is de vrouw. Meer bepaald de vrouw die zelf grandioos is maar er toch voor kiest om een leven te leiden in de schaduw van een beroemde man, en die samen met hem ten onder gaat. Maar gaat zij werkelijk ten onder, of triomfeert zij over het leven?” (Luc Corremans)

Dit geeft stof tot nadenken. Een antwoord is misschien te zoeken in de eerste en de laatste zin in Jeanne:

“Ik ga je schilderen, ‘zei Jeanne’.”

Een pareltje in het boek vind je op de allerlaatste bladzijden in de epiloog. Wat een bloem- en geurrijke ode aan Jeanne! Corremans bewijst hier niet alleen zijn literair talent, … dit is werkelijk poëzie.

Ik heb genoten van het boek en ik zou het aanstippen voor elke liefhebber van historische romans. Ik kijk met belangstelling en nieuwsgierigheid uit naar de eerste bladzijden van Camille.

Bij dit indrukwekkende boek hoort een soort gids, In het spoor van Jeanne die de lezer brengt naar en langs de plaatsen die in het boek Jeanne vermeld worden. Het is een naslagwerk geworden met historische bezienswaardigheden, typische Parijse omgevingen en een massa foto’s van schilderijen en kunstwerken van Modigliani en tal van andere kunstenaars die hun heil zochten in de Franse hoofdstad. De auteurs van dit boekje zijn Asja C. Reyntjens, Annemie Reyntjens en Rosemie Vermeulen. Een must om tijdens het lezen van Jeanne even te verpozen op de plaatsen waar de personages zich op dat ogenblik bevinden.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles