Zondag, 6 december, 2020

Geschreven door: Halik, Thomas
Artikel door: Altena, Bert

In het geheim geloven

Ervaringen van Tsjechische priester

[Recensie] Pas na zijn vijftigste is hij serieus boeken gaan schrijven. Sindsdien is het snel gegaan met de internationale roem van de Tsjechische priester en filosoof Tomas Halik. Diverse titels van hem zijn inmiddels ook in het Nederlands vertaald. Onlangs verscheen zijn autobiografie, In het geheim geloven. In zijn boeken komen zijn eigen ervaringen al volop aan bod, nu krijgen we een vollediger beeld van de ontwikkeling daarvan.

Halik werd in 1948 geboren, op het moment dat Tsjechoslowakije onder de invloedssfeer van de Sovjetunie kwam. Hij groeide op onder de communistische dictatuur, als enig kind van ouders die weliswaar katholiek waren – en hem lieten dopen – maar niet kerkelijk betrokken. De typische Tsjechische distantie tot de kerk, speelde met name bij zijn vader een grote rol.

Het gezin Halik hoorde tot de kleine klasse van de intelligentsia in Praag. Zijn vader heeft zich beijverd voor de nalatenschap van Karel Čapek, een schrijver uit het Interbellum, gekenmerkt door een mild humanisme. Het zijn invloeden uit zijn jeugdmilieu die hem mede hebben gevormd. Het verklaart waarom hij zich goed kan inleven in de zoekende of twijfelende gelovige.

In zijn studententijd vond de Praagse Lente plaats, een kortstondige periode van hoop op veranderingen, die echter bloedig werd neergeslagen: “De lente van 1968 – dat was de lente van mijn leven, de lente van mijn geloof, de nieuwe lente van de kerk na het Tweede Vaticaanse Concilie. Alles om ons heen en in ons was doordrenkt van de bedwelmende voorjaarsgeur van hoop op politieke versoepeling en op een vrijer leven”(p. 59). Dat Tomas in deze vormende periode zich tot het katholieke geloof aangetrokken voelde, hield hij voor zijn eigen ouders verborgen. Hij raakt betrokken bij de ondergrondse kerk, een netwerk van gelovigen die in het geheim contact onderhouden.

Bazarow

Na zijn studie filosofie en sociologie, gaat hij werken als psychotherapeut in een verslavingskliniek. Een nieuwe wereld met nieuwe ervaringen voor iemand die tot dan toe vooral in een intellectueel milieu had verkeerd. 

“Toch werd ik me ervan bewust dat de verslavingszorg (en de psychotherapie in het algemeen) die de diepte ingaat, ook iemands spirituele dimensie beïnvloedt. God heeft zijn verhaal met ieder mens. Hij werkt in het hart van ieder mens, zelfs in dat van de hardnekkigste atheïst. Soms kon ik voelen dat God werkte in het lot van mijn patiënten. Ik weet dat sommigen van hen – en ik zie dat beslist niet als mijn ‘verdienste’- later de stap hebben gezet zich te laten dopen of dat bij hen het religieuze leven weer is ontwaakt. In het leven van anderen manifesteerde God zijn kracht op een anonieme manier, bijvoorbeeld door hen weer zin te laten krijgen in liefhebben en werken” (p. 143).

In dit citaat komen een aantal karakteristieken uit zijn leven en werk naar voren. De bereidheid om te leren van nieuwe ervaringen en het diepe geloof in de werkzaamheid van God.

Op zijn dertigste ontvangt hij in het geheim en in het buitenland (Erfurt – DDR) de priesterwijding. Het duurt tot de omwenteling van 1989, voordat hij in de openbaarheid kan treden als priester.
In de periode na de val van het IJzeren gordijn, werkt hij enthousiast aan de restauratie van de katholieke kerk, maar wordt ook geconfronteerd met felle tegenstand. Hij blijkt de nodige argwaan op te roepen bij de ‘oude’ parochiepriesters die onder het communistisch bovengronds zijn gebleven, soms door zich al te gewillig aan te passen. Zijn intellectuele ideeën over programma’s voor permanente vorming en studie, stuitten op tegenstand, waarover hij zijn teleurstelling niet verbergt: “Ik heb grote achting voor priesters. Tegenover hen voelde ik een mengeling van respect en tegelijk van grote moedeloosheid. De meeste Tsjechische priesters waren jarenlang verstoken van contact met de wereldkerk, het theologisch denken en het leven om hen heen (…) Ze beschikten niet langer over het vermogen in de nieuwe situatie hun weg te vinden en ze hadden geen energie meer voor nieuwe taken” (p. 217).

Halik is beter op zijn plaats als studentenpastor, in het intellectuele milieu. Hij behoort tot de vertrouwelingen van Vaclav Havel, die als oud-dissident nu president van de nieuwe republiek wordt. Even lijkt Halik in beeld om Havel op te volgen, maar een politieke loopbaan zit er niet in. In plaats daarvan ontwikkelt hij als docent aan de gerenommeerde Karelsuniversiteit, mede door diverse buitenlandse reizen en door het schrijven van boeken, een universitaire status die hem internationaal bekend maakt. Hij wordt door paus Johannes Paulus II gevraagd om toe te treden tot de Pauselijke Raad voor de Dialoog met Niet-Gelovigen, een taak die hem goed past en aansluit bij zijn visie op theologie, die hij zelf typeert als … oecumenisch van karakter – ‘katholiek’ in brede zin. Deze theologie moet zelfs de mensen kunnen bereiken die de ‘vooronderstellingen van het geloof’ niet delen en naar de gebruikelijke kerkelijke opvatting geen gelovigen zijn. In haar taalgebruik en focus blijft ze niet een louter theoretische, academische discipline. Ze geeft de sociale praktijk weer en wil als inspiratiebron daarvoor dienen. Ze ontmoet God in de wereld, vooral in het menselijk lijden, in de wonden van onze wereld” (p. 346).

In het geheim geloven, is een mix van autobiografie met theologische en spirituele inzichten. Het is een genre met eigen valkuilen. Soms is hij wel erg ingenomen met zichzelf, bijvoorbeeld als hij vermeldt dat zijn lezing bij de aanvaarding van de Templetonprijs ‘één van de beste van de afgelopen veertig jaar’ wordt genoemd, of als de lezer geconfronteerd wordt met een opsomming van alle interessante namen en persoonlijkheden die hij heeft ontmoet. Op andere momenten frons je de wenkbrauwen als hij zijn ontmoetingen beschrijft met een al te flirtige Amerikaanse kardinaal – die overigens later is aangeklaagd wegens seksueel misbruik – of met rabiate katholieke conservatieven in de kringen van Opus Dei of rond de Chileense regering, maar telkens weet hij op tijd afstand te bewaren.

Al met al een interessant boek over een bijzonder leven waarin de mooiste pagina’s wat mij betreft gereserveerd zijn voor die momenten waarop Tomas Halik zijn spirituele wijsheid demonstreert die hem een geliefd schrijver maken bij een breed publiek:
“Theologen, godsdienstwetenschappers en predikers moeten over God spreken. Het is nog belangrijker dat zij ook kunnen zwijgen over God, dat ze kunnen zwijgen voor en met God, dat ze kunnen zwijgen in God en kunnen luisteren naar Gods zwijgen. Als wij, die ‘professioneel’ over God spreken, geen godslasteraars willen zijn, moeten we tegelijkertijd de zwijgende communicatie met dit onuitsprekelijke mysterie blijven onderhouden, een communicatie die ook wel het geestelijk leven wordt genoemd (p. 370).

Eerder verschenen op Nieuw Wij en Bert Altena