Vrijdag, 4 mei, 2018

Geschreven door: Rudiš, Jaroslav
Artikel door: Lierop, Tea van

Het volk boven

“Dit is mijn waarheid”

Monoloog van de laatste Romein

[Recensie] In negentien hoofdstukken, versierd met een olmenblad, vertelt het hoofdpersonage zijn verhaal aan z’n zoon. De bijnaam Vandam ontleent hij aan een gelijknamige acteur in kickboks films. De korte zinnen treffen de lezer als de rake klappen van een bokser. Vandams levenslessen worden op niet mis te verstane manier ingehamerd. Hier is niet zomaar een boze witte man aan het woord, er speelt meer. De roman is een zoektocht naar zijn roots, naar zijn vader, moeder en broer, naar zijn idealen, naar de oertijd en naar de liefde. Vandam luistert naar zijn onderbuik vertelt hij zijn zoon, niet naar zijn verstand.

Kampvuur

De oertijd wordt het decor van de vertelling. Compleet met kampvuur, grote stenen om op te zitten, ritselend geluid van de bomen (of zijn het Germaanse of Romeinse krijgers?) een slok warmte uit de fles, is Varnams zoon toehoorder van zijn vaders levenslessen.

C2W

“Altijd kan er maar eentje winnen.
Zo en niet anders steekt de wereld in mekaar, en als je probeert iemand in elkaar te tremmen, dan krijg je door hoe het fungeert, en je zal niet langer de behoefte hebben om verder te zoeken en rond te tasten. Je geeft iemand een levensles en ook jezelf.
Dit is mijn waarheid
Die is zuiver, wreed en verdomd simpel
Iedereen kan verliezen.
Er kan er maar eentje winnen.
Heb je wel eens lopen matten?
Ook niet op school?
Echt nooit wat lopen duwen en trekken?
Ook niet om een meissie?”

Het bos kent vele soorten bomen, maar volgens Vandam heeft de olm een aparte status. Onder deze boom zou geofferd worden, hij wordt ook wel de boom van de dood genoemd. Uit de kring grote keien rondom de olm waarop de krijgers zaten, ontbreken er twee. Vandam nam ze mee naar huis, een voor zijn overleden moeder, en een voor zijn vader, die van het balkon gesprongen was. In Tjsechië, Varnam noemt het ‘het Boheemse bekken’, waren vroeger uitgestrekte bossen, nu heeft een deel daarvan plaats gemaakt voor betonnen hoogbouw. Tegelijkertijd zorgt het gebrek aan onderhoud ervoor dat de natuur terrein terug kan winnen.

Poolster

De kroeg waar gedronken wordt, gemopperd, uitgedaagd, geflirt en gemat, heet de Poolster. Als onderdeel van het universum, Vandam noemt zijn omgeving ‘onze kosmos’, waant Vandam zich heer en meester. Wanneer hij iemand een lesje wil leren gedraagt hij zich als een godheid:

“Je stuurt hem niet, hij stuurt zichzelf. Het is als een hemelse aanraking. Een bliksem rechtstreeks in de bliksemafleider. […] Een Big Bang, zoals de bekende astronoom Grygar op de tv zei toen ik klein was en samen met m’n broer en pa naar ‘De vensters van het universum wijd open’ keek […]”

De uitbaatster van de Poolster is Lucie. In hoofdstuk 10, dat vreemd genoeg geen nummer heeft en precies in het midden van de 19 hoofdstukken een scharnierpunt vormt, komen Lucie en Vandam samen. Ze hebben seks, praten wat en komen elkaars verleden tegen. Het blijkt dat ze beiden aanwezig waren op de Nationale Laan in Praag op de dag dat de ‘Fluwelen Revolutie’ begon, 17 november 1989. Vandam was bij de politie, deelde daar volgens zijn eigen zeggen de klap uit die leidde tot de revolutie en Lucie was toevallig getuige.

Troosteloos

De monoloog kent weinig hoopvolle momenten. Het is een verhaal van een man die dondersgoed weet hoe de maatschappij is ingericht en wie de winnaar is en wie de verliezer. Binnen zijn eigen universum is Vandam winnaar. Zo voelt hij zich, hij schiep zijn eigen wereld en weet hoe hij zich staande moet houden. Hiermee is het ook een aanklacht tegen het gezag, want altijd woedt er wel ergens een oorlog en “Vrede is enkel een pauze tussen oorlogen”.

De man in het verhaal geeft het beeld weer van iemand die opgesloten zit in zijn eigen wereld. Deels uit frustratie door wat er van buitenaf met hem gedaan wordt, zodat hij zich de verstotene voelt, deels ook door zijn onvermogen z’n leven op een constructieve manier vorm te geven. De auteur heeft een personage gecreëerd dat zowel geloofwaardig overkomt zoals in de matpartijen in de kroeg, tijdens de discussies met z’n maten, de harde levenslessen aan zijn zoon, zijn kijk op het nazisme als een man die ook zijn gevoelens kan tonen op het moment dat hij samen is met Lucie en wanneer hij over zijn ouders praat.

Het lijkt of hij zich nog steeds in het Teutoburgerwoud bevindt. Daar vond in het jaar 9 n.Chr. de slag plaats tussen de Germanen en de Romeinen. De Romeinen werden in de pan gehakt, behalve Vandam, die beschermt als de allerlaatste Romein zijn territorium.

Het boek laat je niet één, twee, drie los. De auteur heeft met zijn krachtige, rauwe stijl een indruk gegeven van een man binnen zijn milieu zonder daarbij een waardeoordeel te geven. Een groot verdienste.

Over de auteur

De Tsjechische schrijver Jaroslav Rudiš (1972) is een gevestigde naam in zijn thuisland. Hij leeft als kunstenaar in Berlijn en Praag, waar hij werkt als schrijver, journalist, acteur en muzikant. Hij verkent de Tsjechische kunstwereld als geen ander. Zo speelt hij bijvoorbeeld in de Kafka Band, een Tsjechische band die veelvuldig in Duitsland optreedt en daar volle zalen trekt.

Rudiš werd bekend door de publicatie van zijn eerste roman Nebe pod Berlínem (‘De hemel onder Berlijn’) in 2002, het verhaal van een Tsjechische leraar die stopt met zijn baan om een nieuw leven te beginnen in Berlijn, waar hij muziek speelt in de metro, die – samen met de geesten van ‘zelfmoordspringers’ – een soort mystieke betekenis voor hem krijgt, en sluit zich aan bij een indierock-groep ( een semi-autobiografisch). Het was een van de meest succesvolle Tsjechische boeken van de periode. Rudiš ontving voor deze roman de Jiří Orten Award, de belangrijkste literatuurprijs in Tsjechië.

Zijn samenwerking met tekenaar Jaromír 99 leidde tot de publicatie van drie nauw verbonden grafische romans , die zich afspelen onder de werknemers van de spoorwegen: Bílý potok (“Witte beek”, 2003), Hlavní nádraží (“Centraal station”, 2004) en Zlaté Hory (“Gouden bergen”). De trilogie is verfilmd tot een geanimeerde speelfilm, Alois Nebel die werd uitgebracht in 2011. In 2018 ontving hij de prestigieuze Duitse Preis der Literaturhäuser. [Bronnen: Wikipedia en de uitgever]

Eerder verschenen op met De neus in de boeken