Vrijdag, 30 oktober, 2020

Geschreven door: Essen, Rob van
Recensie door: Verplancke, Marnix

Een man met goede schoenen

Spits absurdisme

De eerste zin: “Ik had mijn boodschappen op de band van kassa 4 gelegd en stond onder het wachten gedachteloos om me heen te kijken.”

[Recensie] Terwijl hij zo gedachteloos om zich heen kijkt, valt zijn oog op de band van kassa 5, waarop precies dezelfde zaken liggen als op die van hem, tot en met het doosje brillendoekjes, van die blauw-witte en niet die oranje die minder goed zijn, en een Bros-reep. De man die aan kassa 5 staat aan te schuiven lijkt zelfs een beetje op hem, stelt hij wat onwennig vast, met eenzelfde lange jas en een sjaal uit de HEMA. Wanneer ze allebei buitenkomen, gaan ze een andere kant op, al kijken ze nog wel even om naar elkaar, als vragen ze zich af wat die herkenning precies betekent.

Slechts drie bladzijden beslaat het openingsverhaal uit Rob van Essens nieuwe bundel Een man met goede schoenen, en toch is het een perfecte smaakmaker van wat nog volgen zal: licht absurde verhalen die ons een ongewone, maar misschien wel juistere kijk geven op de realiteit, zoals in De therapeut bijvoorbeeld, waarin van Essen een volstrekt normaal gegeven tot in zijn uiterste consequenties doordenkt. In dat verhaal wordt een depressieve man gedropt in het dorp waar hij opgroeide en waar het psychisch met hem fout liep. Hij ondergaat er een harde, alternatieve therapie, die een aantal ronduit hilarische scĂšnes oplevert, maar die uiteindelijk ook wel lijkt te werken.

Een goede verhalenbundel is meer dan een verzameling verhalen. Niet alleen horen er langere en kortere teksten in te staan, er moet ook een verband zijn tussen de verhalen, waarbij personages uit het ene verhaal knipogen naar die uit het andere, of er gewoon in opduiken. In “‘Eindhoven’” laat van Essen de verteller samen met ene Scipio opgepakt worden door twee politieagenten die als figuren uit een Quentin Tarantino-film in hun auto over het werk van Cees Nooteboom zitten discussiĂ«ren. In een ander verhaal laat hij de zus van Scipio haar beklag doen tegen die verteller over de manier waarop hij in “‘Eindhoven’” met haar broer is omgesprongen, waarna ze hem opsluit en betere verhalen van hem eist over Scipio. Wat volgt is een spits en begrijpelijk literair spel op metaniveau, tekenend voor de hele bundel.

C2W

3 vragen aan Rob van Essen

Bent jij de Kafka van de Nederlandse letteren?

Van Essen: “Wie weet. Ik hou van de vervreemding waar hij zijn personages en lezers aan onderwerpt en van zijn absurde humor. Als middel om zaken te relativeren is humor vandaag bijna iets reactionairs geworden, maar ik vind dat je je lezer niet alleen aan het denken moet zetten. Je moet hem ook vermaken. Toen ik als puber begon te lezen, was ik gek op Carmiggelt en Bomans. Dat laat natuurlijk zijn sporen na. Ik zie sommigen de wenkbrauwen al fronsen bij het woord ‘vermaak’, maar dat is het gewoon. Ik was ooit samen met K. Schippers te gast op een literaire avond. ‘Laat ons er geen doekjes om winden,’ zei hij, ‘wij werken toch gewoon in de vermaakindustrie?'”

Is jouw absurdisme geen manier om het gewone in het buitengewone te tonen?

Van Essen: “Precies, door een ongewone setting kun je normale en herkenbare gevoelens een nieuwe frisheid meegeven. Natuurlijk kan ik een gewoon licht-melancholisch verhaal schrijven, maar daar zijn er al genoeg van. Neem nu het verhaal De man die weer naar buiten wilde, waarin een man de deur uitgaat, maar denkt dat hij ergens naar binnen stapt en overweldigd wordt door de omvang van zijn omgeving. Als je dat een keer door hebt, ga je zelf ook anders naar de werkelijkheid kijken. En soms is die werkelijkheid zelf ook gewoon absurd. Het begin van dat verhaal is gewoon echt gebeurd. Ik liep over een Amsterdamse gracht en opeens hoorde ik iemand op de binnenkant van een deur kloppen. Ik dacht: nu zou ik in feite ‘Binnen’ moeten roepen, en zo schreef het verhaal zichzelf.”

Is een verhaal in die zin toch anders dan een roman?

Van Essen: “Ja natuurlijk, in een verhaal kan je in korte tijd iets volkomen gaafs neerzetten. Dat lukt je met een roman niet. Je zit daar met heel wat personages die per se van A naar B moeten. Je kan niet vermijden dat er een paar saaiere stukken inzitten, terwijl je in een verhaal de spanning echt wel op peil kan houden. En je kan er ook onsympathieke personages een hoofdrol geven. In een roman is dat lastig, dat wil je je lezer niet aandoen. Misschien stopt hij wel gewoon met lezen. In en verhaal kun je dus meer doen dan in een roman. Het is gewoon iets anders.”

Eerder verschenen op Knack