Dinsdag, 20 april, 2021

Geschreven door: Vestdijk, Simon
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Een Alpenroman

Vestdijk over liefde tussen twee vrouwen

[Recensie] Dit voorjaar was het vijftig jaar geleden dat Simon Vestdijk (1898-1971) overleed. Naast een groot aantal artikelen hierover verscheen er ook de herpublicatie van zijn nu precies zestigjaar oude Een Alpenroman. Een vertelling waarvan de eerste 100 pagina’s zonder uitzondering eigentijds aandoen. Op een enkel detail na zou het begin van deze roman anno nu geschreven kunnen zijn. Een grote prestatie van meesterverteller Vestdijk. Het is een mooie psychologische roman met een voor 1961 controversieel thema: een liefdesrelatie die opbloeit tussen twee vrouwen.

Lucie, een aantrekkelijke vrouw van in de veertig wordt door haar man, Henk Ebbinge naar een Zuid-Duits hotel gebracht om bij te komen. Ze heeft hartklachten en de berglucht zal haar goed doen. Haar man is twintig jaar ouder en heeft twee zonen uit een eerder huwelijk. Samen hebben ze een dochter, Babs van begin twintig die er een hobby van heeft gemaakt om haar moeder een ziekte aan te praten. Babs is getrouwd met de vermogende Charles van Benthuizen, die net voorbij de dertig is. Hij heeft een belang genomen in de zaak van de man van Lucie. Geheel zonder zorgen is deze zakenrelatie niet. De angst bestaat dat de schoonzoon de kluit belazert. Tussen Henk en Lucie is het heilige vuur van de liefde gedoofd. Ze zorgen zo goed mogelijk voor elkaar en voor de kinderen, voor zover nog nodig, maar passie is er allang niet meer.

Henk vertrekt weer snel naar Nederland om de problemen met Charles op te lossen. Lucie besluit de omgeving wandelend te verkennen. De elegante Lucie valt meteen op in het hotel en in het dorp. Als vliegen rond een pot met stroop zwermen binnen de kortste keren allerlei mannen om haar heen. Ze vindt het vermakelijk en weet haar aanbidders op een charmante manier af te schepen. Ook ontmoet ze bij toeval een oude liefde, een Duitse arts uit München. Door de oorlog is het nooit wat geworden tussen hen. Hij is altijd aan haar blijven denken, maar Lucie’s gedachten gaan niet meer naar hem uit.

Nee, geheel tot haar eigen verbazing blijkt Lucie meer geïnteresseerd te zijn in de jonge bediende Anna die vanaf dag één van haar verblijf in het hotel opvallend haar best doet voor de gast uit Nederland. Het is aftasten, toenadering zoeken, een mooi liefdesspel in wording. Vestdijk beschrijft het zonder oordeel en dat maakt ook dat de roman zo modern aandoet. Geen huivering, geen aarzelingen. De vrouwen raken verliefd en het is heerlijk om te lezen, dat dat kan, dat dat mag.

Hereditas Nexus

“Opeens kwam Anna tot zichzelf: zij richtte zich op, nam Lucies hoofd tussen haar handen:
‘Ik begrijp het toch nog steeds niet. Dat u mij liefheeft.’
‘Toch is het waar.’
‘Zegt u het dan nog eens.’
‘Ik heb je lief.’
‘Zegt u het tien keer achter elkaar. Dan geloof ik het’” (pag. 288).

Maar zo gemakkelijk en mooi gaat het natuurlijk niet in de rest van de roman. Nee, schoonzoon Charles komt onverwacht opdraven en vindt er het zijne van. En ook het vriendje van Anna maakt amok. Er ontstaan gesprekken en discussies die wel aan de toneelstukken van Edward Albee (Who’s Afraid of Virginia Woolf?) en de boeken van Graham Greene doen denken. Iedereen wil iedereen te slim af zijn. En niet iedereen blijkt zo vrijzinnig van aard te zijn om de liefde tussen twee vrouwen goed te keuren. Langzaamaan merk je dat de roman toch echt rond 1960 geschreven moet zijn. Dat komt niet door Vestdijk, maar door de toen geldende moraal, die natuurlijk toch invloed krijgt op de ontluikende liefde in het boek. En dat is precies waar het Vestdijk om te doen was. Onderzoeken en beschrijven hoe de goegemeente reageert op een liefde tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. Op het einde komt er nog even een soort Sound of Music-achtige episode langs, we zijn per slot van rekening in de Alpen, maar het echte einde is dan weer verrassend, zeker gezien de tijd waarin de roman is geschreven.

Vestdijk was een veelschrijver, elke dag pagina’s maken, 52 romans in totaal. Dat zie je ook af aan Een Alpenroman. De roman is deskundig de opgebouwd, de psychologische diepte die hij in de karakters aanbrengt is verbluffend. Maar veelschrijvers schrijven veel, de roman had best wat korter gemogen. In mijn jongere jaren ben ik vaak aan Vestdijk begonnen, zoals zijn roman Ierse nachten. Nooit kon het me boeien, veel te langdradig vond ik toen. Misschien hebben zijn romans ook niet de snelheid die bij jonge mensen past. Maar voor de geduldige lezer valt er veel bij Vestdijk te genieten. Dat leert deze Alpenroman op de meeste pagina’s.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles