Dinsdag, 5 januari, 2021

Geschreven door: Pelt, Ellen Van
Recensie door: Stoel, Jan

Deze wereld is geen ergernis waard

Roger Van de Velde herleeft in prachtige biografie

[Recensie] Tien jaar na zijn dood verscheen onder de titel Recht op Antwoord het verzameld werk van Roger Van de Velde (1925-1970). Van de Velde is de grootmeester van het verhaal met als hoogtepunt de bundel De knetterende schedels, waarin hij de wereld van de psychiatrische inrichtingen beschrijft, een wereld waarvan hij zelf zo’n acht jaar als drank- en Palfiumverslaafde deel uitmaakte. Een tweede hoogtepunt in zijn werk is Recht op antwoord, een aangrijpende aanklacht tegen het Belgische rechtssysteem, de psychiatrie, de censuur en tegen wat hem zelf was aangedaan. Op de achterzijde van het verzameld werk staat een foto van zijn graf op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof: een zerk in de vorm van een celdeur met daarin een tralievenster waardoorheen bronzen rozen groeien. De zerk als aanklacht tegen wat hem is overkomen en de rozen als symbool voor wat hij aan mooie literatuur heeft nagelaten.

Zoals het vaak gaat met schrijvers glijden ze langzamerhand weg in de historie. Nu, vijftig jaar na zijn overlijden, heeft Uitgeverij Vrijdag deze auteur terecht weer op een voetstuk gezet met een heruitgave van De knetterende schedels/Recht op antwoord en een prachtige, evenwichtige, mooi geschreven biografie van de hand van auteur en psychologe Ellen Van Pelt (1980) met als titel Deze wereld is geen ergernis waard.

Van Pelt zet Van de Velde als persoon en zijn ontwikkeling als schrijver mooi neer. Enerzijds is hij een familieman, die hield van zijn vrouw en zijn kinderen, anderzijds iemand die de vrijheid zocht. In zijn literaire werk gaat het vaak om het onrecht dat de gewone mensen aangedaan werd en het leed dat zij ondergingen. Hij wordt qua stijl wel met Elsschot vergeleken, maar die schrijft soberder. Van de Velde gebruikt niet-alledaagse woorden, zoals rocambolesk, refouleren en cataclysme. Misschien wilde hij daardoor aantonen dat hij beslist niet gek was. Laconieke humor is altijd wel aanwezig in zijn werk. Ellen Van Pelt hanteert een soepele schrijfstijl, waardoor de biografie geen dor academisch verhaal wordt.

De biografe heeft zich gebaseerd op beschikbare bronnen. Veel is verdwenen of nog niet tevoorschijn gekomen. Zijn interneringsdossier was niet compleet. Getuigenissen uit de eerste hand waren beperkt, omdat de meesten overleden zijn of hoogbejaard en hun herinneringen wat persoonlijk ingekleurd zijn. Als biografe moet je natuurlijk wel de feiten kunnen checken.

Technisch Weekblad

Van de Velde was vaak geïnterneerd, dan weer een paar dagen of langere tijd vrij, waarna hij weer vast kwam te zitten. De biografe heeft een langdradige opsomming hiervan voorkomen door steeds andere aspecten van zijn leven en werk te belichten. Daardoor blijft de biografie levendig. Door de vele citaten uit zijn werk in de biografie ervaar je zijn stijl.

Ellen Van Pelt volgt de chronologie van het leven van Van de Velde. Het plotseling overlijden van zijn vader Jan (aan een buikvliesontsteking) heeft een enorme impact op de dan zevenjarige Roger. Hij groeit op zonder vader, net zoals later zijn eigen kinderen ook grotendeels zonder hem ouder worden. Vader was eigenaar van drankenhandel Le Condor (een opvallend detail als je weet dat Roger later alcoholverslaafd werd). Als zijn drie broers de zaak overnemen gaat het bergafwaarts. Maria, de moeder van Roger, gaat daarom om advies naar het reclamebureau van Alfons De Ridder (Willem Elsschot). Ze kent daar een werknemer, Louis Eyckmans, waar ze later mee huwt. Roger schrijft op 6 mei 1938 een brief aan Willem Elsschot en krijgt een boek van hem. Hij blijft contact houden met hem en Elsschot adviseert hem: “Schrijf niet te veel maar observeer de mensen en dingen die rond u zijn.”

Als hij de dienstplicht vervult leert hij Rosa Verboven kennen. Zij raakt zwanger en het stel trouwt. Maar er moet ook geld verdiend worden. Elsschot beveelt hem aan bij de Nieuwe Gazet. Roger heeft in zijn journalistieke werk een voorkeur voor mensen die aan de rand van de samenleving staan, is kritisch, durft stelling te nemen. Hij is een chroniqueur van zijn tijd. Op 23-jarige leeftijd loopt hij als gevolg van teveel drinken een maagperforatie op. Het begin van een leven vol ellende. Palfium, een pijnstiller, twintig keer effectiever dan morfine, biedt uitkomst tegen de maagpijn. De verslavende bijwerking ervan is dan nog niet bekend. Palfium en alcohol gaan zijn leven beheersen. Hij doet er alles aan om aan Palfium te komen, vervalst doktersvoorschriften en wordt op een gegeven moment aangehouden. Als hij door een psychiater, na een oppervlakkig onderzoek van vijfentwintig minuten, geestesgestoord/ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard is volgt automatisch internering, eerst voor vijf jaar en later voor onbepaalde tijd. Hij komt vervolgens in allerlei ‘penitentiaire vergeetputten’ terecht. Nergens wordt hij behandeld of krijgt hij begeleiding. Als hij vrij komt valt hij steeds weer terug in zijn verslaving en dat leidt automatisch tot een nieuwe internering.

Dan begin hij te schrijven, volgens hemzelf op 19 februari 1965, en met succes. Hij wint een prijs bij een verhalenwedstrijd van de BRT en is succesvol bij de Hilvarenbeekse Literatuurprijs met een verhaal dat hij onder het pseudoniem Sarah Toestra schrijft. Kwam Zarathoestra bij Nietzsche niet na jaren van meditatie van de berg naar beneden om zijn wijsheid met de wereld te delen? Hij mag zijn debuutbundel Galgenaas niet naar een uitgever sturen. Op kleine papiertjes die hij in pakjes sigaretten stopt en verwisselt met die van zijn vrouw Rosa als die op bezoek komt smokkelt hij de verhalen naar buiten. De publicatie zorgt ervoor dat de psychiatrische commissie verdere publicaties verbiedt. Als je over de mensonterende omstandigheden leest waaronder Van de Velde in de inrichtingen moest leven dan merk je dat schrijven ervoor zorgde dat hij er niet onderdoor ging.

Pas als Recht op Antwoord verschijnt, worden collega-auteurs wakker en komt er een beweging op gang om hem vrij te krijgen. Misschien ook wel logisch, stelt Ellen Van Pelt. Van de Velde schreeuwde niet om hulp. Roger komt op 2 april 1970 vrij, ziet er belabberd uit en wil geholpen worden. De drank en de drang naar Palfium blijven. Hij sterft op 30 mei op een terras in Antwerpen. Hij wordt begraven op 3 juni 1970, de dag dat hij zich voor behandeling moest melden in Amsterdam.

Ellen Van Pelt schrijft toegankelijk. Ieder (kort) hoofdstuk wordt voorafgegaan door citaat, herinneringen van mensen die Roger kenden. Het zorgt voor extra schwung in de biografie, Bijvoorbeeld het stukje dat beschrijft hoe Roger schrijft: “Traag maar regelmatig, steeds met dezelfde marge, bijna nooit een woord hernemend, even zelden achteraf een zin doorhalend.” Van Pelt werkt met subtiele flashforwards. Als hij als tiener van Elsschot een boek krijgt schrijft Elsschot dat ‘het zijn maagje waarschijnlijk niet zal verteren’. “Met de maag van Van de Velde was toen nog niets aan de hand,” schrijft Van Pelt. Om te kunnen gaan werken bij de Nieuwe Gazet moet hij in Antwerpen wonen. Maar Roger woont in Boom en geeft een vals adres op. “Het is zijn eerste schrijfvervalsing, maar het zal niet de laatste zijn.”

De biografe weet ook de tijd mooi neer te zetten. ”In 1958 beschikt amper een op de twee woningen in België over drinkwater en slechts zeven procent bezit een badkamer.” Ze legt ook de verbinding naar de huidige tijd: “Anno 2020 leven de zevenhonderd gevangen in Merksplas in primitieve omstandigheden omdat er voor hun comfort nog geen budget is.” Ook de vrijheid van meningsuiting in de gevangenis is anno 2020 nog beperkt. Pas na controle door de directie kan men toestemming krijgen een boek te publiceren.

Bijzonder is de opdracht in het boek, een passage uit Ik zal de wereld nooit meer zien van Ahmet Altan. Deze Turkse journalist/schrijver werd gearresteerd in 2016 in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije en verdacht van het verspreiden van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. In 2018 werd het veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, in eenzame opsluiting. Hij schrijft: “Ik schrijf in een gevangeniscel. Maar ik ben niet in de gevangenis. Ik ben een schrijver. Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben. Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden. Omdat ik, zoals alle schrijvers, over magie beschik. Ik loop met gemak door muren heen.”

Deze meeslepende biografie laat zien dat het werk van Van de Velde nog immer actueel is en ruime aandacht verdient.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles