Woensdag, 1 januari, 2020

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Heumakers, Arnold

De schele hertogin

Avonturen van een prinses

[Recensie] “Faible coeur, mais grande âme,” dichtte Victor Hugo in Les Chants du crépuscule (1835) over Marie-Caroline de Berry, weduwe van de in 1820 vermoorde Franse troonopvolger. Na de revolutie van 1830, die de Bourbons verdreef en de concurrerende Orléans aan de macht hielp, deed haar ‘grote ziel’ van zich spreken; in 1832 waagde zij een heroïsche poging om in de Vendée een opstand te ontketenen ten einde haar minderjarige zoon Henri aan de Franse kroon te helpen. Over een ‘zwak hart’ bleek zij te beschikken, doordat zij zich tijdens die opstand liet bezwangeren door een behulpzame advocaat. Met als gevolg dat de hele onderneming niet alleen militair, maar ook politiek op een fiasco uitliep. Want een prinses van koninklijke bloede die niet in staat is haar lusten te bedwingen, dat kon men toentertijd onmogelijk door de vingers zien.

Niettemin spraken haar avonturen zeer tot de verbeelding. Als enige van de verdreven Bourbons weigerde zij te berusten in het verlies van de troon; om het politieke tij te keren had zij haar leven (in de praktijk vooral: het leven van haar aanhangers) in de waagschaal gesteld. Het leek wel een romantisch toneelstuk, maar dan in het echt. Nadat zij gearresteerd was, schreef Chateaubriand een relaas over haar gevangenschap in de citadel van Blaye, en hij was de enige niet. In tal van pamfletten en brochures werd haar drieste escapade bezongen. Zelfs principiële tegenstanders van de monarchie, zoals de socialist Louis Blanc in zijn Histoire de dix ans (1844), konden hun bewondering voor haar moed en energie niet onderdrukken. Alleen haar eigen stem ontbrak tot voor kort.

Dankzij Frédéric Bastet is daar nu verandering in gekomen, want hij schreef onder de titel De schele hertogin de “Gedenkschriften van Marie-Caroline de Berry.” Een roman weliswaar, maar heel goed passend in een negentiende-eeuwse traditie van pseudo-memoires. Alles klopt bij Bastet, al heeft hij de politieke intriges die het avontuur van de hertogin omringden voor de overzichtelijkheid ietwat gereduceerd. Wie niet thuis is in de geschiedenis van het negentiende-eeuwse Frankrijk heeft het al lastig genoeg om de verwikkelingen te volgen, zal hij gedacht hebben. In de praktijk valt dat overigens reuze mee. Alle noodzakelijke gegevens worden terloops, maar afdoende vermeld en wat men te lezen krijgt is het even amusante als intrigerende levensverhaal van een bijzondere vrouw.

“Je ziet de dingen later beter, als je erover hebt nagedacht, liefst zelfs heel lang,” laat Bastet haar op de eerste bladzijde zeggen. Toch lijkt dat iets wat zij haar leven lang nauwelijks heeft gedaan, nadenken. Veel meer springt haar impulsiviteit in het oog. Als Siciliaanse prinses, naar eigen zeggen opgevoed als ‘een debiele geit’ en behept met een scheel linkeroog, werd zij uitgehuwelijkt aan de hertog de Berry, de jongste zoon van Karel X. Een man die bekend stond om zijn lichtzinnige levens- wandel en die al getrouwd was met een Engelse vrouw (een door de koninklijke familie niet erkend huwelijk), bij wie hij twee dochtertjes had. Het zal Marie-Caroline niet verhinderen veel van hem te gaan houden, ook al krijgen we bij Bastet over de details van haar vruchtbare huwelijksleven niet al te veel te horen.

Archeologie Magazine

Langer dan vier jaar heeft het niet geduurd, wat het een beetje vreemd maakt dat zij zich achteraf het getal van haar miskramen (naast twee levende en twee gestorven kinderen) niet meer kan herinneren. Na de dood van haar man door moordenaarshand, steeg de populariteit van Marie-Caroline ten top, aangezien zij op het moment van de moord zwanger bleek van de langverwachte troonopvolger. Voor dit ‘enfant du miracle’ zou zij in 1832 haar eer en reputatie riskeren, nadat Karel X te zijner gunste afstand had gedaan van de troon en diens moeder had aangewezen als regentes – in ballingschap, dus zonder directe consequenties, tenzij het avontuur in de Vendée een succes was geworden.

Bastet vertelt Marie-Carloline’s belevenissen met verve en concentreert zich vooral op haar karakter. Haar afkeer van het barre hofprotocol, haar onstuimigheid, haar financiële zorgeloosheid, haar zeebaden in Dieppe, haar bijgelovigheid en haar innemende elan krijgen alle aandacht. Zo ontstaat een zelfportret dat niemand onverschillig zal laten, terwijl de dramatische momenten van haar leven (de moord op de hertog de Berry, de mislukte opstand in de Vendée, de gevangenschap in de citadel van Blaye, de slecht uitkomende zwangerschap en de bevalling onder toeziend oog van talloze getuigen) zo kleurrijk worden verteld, dat het is alsof je er zelf bij bent geweest.

Volgens Bastet was de hertogin de Berry een feministe avant la lettre, en dat geeft haar portret een extra pikant tintje. Niet alleen hult zij zich tijdens de jacht op haar buiten in Rosny in mannenkleren, ook zou haar poging de troon te winnen voor haar zoon een vorm van verzet zijn geweest tegen de lijdzaamheid die haar als vrouw was ingeprent. “Had ik niet altijd geleefd in de overtuiging dat wij vrouwen niet alleen onderdrukt werden maar ons ook willens en wetens lieten onderdrukken? Daarmee moest het zo langzamerhand maar eens uit zijn,” zegt zij, alvorens vanuit Italië̈ koers te zetten naar Frankrijk.

Bij de moordenaar van haar man had zij gezien wat het wilde zeggen, ‘leven voor een grote idee’ – nu zou zij dit voorbeeld navolgen, zij ’t met een volstrekt tegengesteld doel. Zonder het er bij de lezer in te wrijven maakt Bastet van zijn Marie- Caroline een romantische heldin, die meer dan eens te horen krijgt dat zij te veel Walter Scott gelezen heeft. Maar pas tijdens haar inderdaad zeer romantische avontuur zien we haar daadwerkelijk een roman van de Schotse schrijver ter hand nemen. De romantiek, suggereert Bastet, kwam destijds niet alleen uit de boeken, zij zat als het ware in de lucht.

Een levensverhaal als dat van de hertogin de Berry kun je ook nauwelijks verzinnen. Het enige wat Bastet moest verzinnen, was haar taal, die gelet op haar stelselmatig onprotocolaire gedrag niet al te stijf en formeel mocht uitvallen. Bastet zondigt dan ook eerder in tegenovergestelde richting, door zijn heldin een wel erg vlot en modern idioom in de mond te leggen. “Intuïtie is nooit weg” laat hij haar bijvoorbeeld zeggen. Iets is ‘een fluitje van een cent,’ elders kan men ‘het verder wel schudden.’ Maar ook uitdrukkingen als ‘Vooruit dus met de geit’ en ‘Samen hadden we dolle pret’ worden niet geschuwd. Hoe pseudo ook, er bestaan geen negentiende-eeuwse memoires waarin je dit soort proza zult tegenkomen.

Het was mooier geweest als Bastet erin was geslaagd om voor Marie-Caroline’s gemeenzaamheid een passender expressie te bedenken. Elke eeuw heeft daar tenslotte een eigen – weliswaar in geschrifte niet altijd bewaarde – vorm voor. Nu klinkt zij iets te veel als een hedendaagse vrouw van de wereld, die, ouder en wijzer geworden, alle decorum heeft laten vallen. Dat komt de vlotheid van haar relaas beslist ten goede, maar onwillekeurig ga je meevoelen met Karel X en diens naargeestige vertrouweling De Blacas, die na het echec in de Vendée samenspannen om de even onbesuisde als ambitieuze hertogin zo veel mogelijk uit de buurt van haar koninklijke kroost te houden.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad