Woensdag, 1 januari, 2020

Geschreven door: Boogaard, Oscar van den
Artikel door: Heumakers, Arnold

Bruno's optimisme Heum

Ontsnappen uit de Familienroman

[Recensie] Aan energie en ambitie ontbreekt het Oscar van den Boogaard niet. Drie romans heeft hij inmiddels gepubliceerd, in amper drie jaar. Na Dentz (1990) en Fremdkörper (1992) is nu Bruno’s optimisme verschenen, de `proloog’ bovendien van een trilogie die Het oceanisch verlangen gaat heten. Een belofte voor de toekomst. En dat mag ook wel, want wie de drie romans achter elkaar leest, kan het moeilijk ontgaan dat ze onderling een sterke gelijkenis vertonen. Met de monomanie van de ware geobsedeerde exploreert Van den Boogaard keer op keer hetzelfde: de losmaking van een homoseksuele jongeman uit de verstikkende omarming door het ouderlijke milieu en zijn eerste zelfstandige stappen op het levenspad.

Een dergelijk onderwerp kan gemakkelijk leiden tot het belegen realisme op huiskamerformaat dat de Nederlandse literatuur in het verleden tot vervelens toe heeft geteisterd, maar bij Van den Boogaard hoeft men daar niet bang voor te zijn. In zijn romans worden de problemen niet dichterbij gehaald door ze te verkleinen; ze worden door hem eerder vergroot, zodat de worsteling van zijn jeugdige hoofdpersonen bijna mythische proporties krijgt. Het gaat bij hem om niets minder dan de `waarheid’ en de `zuiverheid’, die in de onoverzichtelijkheid van huiselijke en amoureuze relaties bezoedeld dreigen te raken.

In zijn nieuwe roman heet de hoofdpersoon Bruno Oblanski, een weinig alledaagse, nogal geĂ«xalteerde jongeman en een intrigerende mengeling van naĂŻviteit en perversie, die uit alle macht probeert te ontsnappen uit zijn raadselachtige Familienroman. Zijn ouders hebben zich uit de “boosaardige” buitenwereld teruggetrokken in een achterlijk bergdorp, waar zijn lethargische vader actief is als beeldhouwer (“vormgever van de leegte”) en zijn alles begrijpende moeder een hotel drijft. Samen met zijn broer Peter ontdekt Bruno de seksualiteit (`de waarheid’ in zijn ogen) en vanaf dat moment wil hij nog maar Ă©Ă©n ding: weg uit dat onwerkelijke “speelgoedlandschap” waarin zijn familie zich levend begraven heeft.

Om zelf iemand te worden moet hij zijn eigen omgeving zien te vinden. Maar dat blijkt niet mee te vallen, wanneer hij naar de stad vertrekt om bij zijn vriend Max te gaan wonen. Binnen drie maanden ligt hun stormachtige liefdesverhouding aan gruzelementen. Een melodramatische wending in het verhaal zorgt voor een andere uitweg, want door stom toeval komt Bruno in het stadspark in aanraking met zijn onbekende grootvader, van wie hij leert dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen leven.

Sociologie Magazine

Of Bruno met deze weinig verrassende wijsheid uit de voeten kan, zullen de volgende delen van de trilogie moeten uitwijzen. De titel van het geheel suggereert dat hij zijn netten niet al te laag heeft gespannen. Dat blijkt trouwens ook al uit deze roman, waarin Bruno zich afvraagt: “Ik wilde het absolute in het volle licht, of moest je alles kapotrelativeren totdat er niets duidelijks en stelligs meer overbleef, alleen een vaag onbevredigend niet weten waar je ook niet gelukkiger van werd?”

Het is alles of niets bij Van den Boogaard en zijn helden, en aan deze hoge en – in de stijl – ook hoogdravende inzet ontlenen zijn romans hun spanning. De verwarrende aanwezigheid van Eros en Thanatos maakt het er intussen niet eenvoudiger op. In Bruno Oblanski’s ziel (een woord dat Van den Boogaard niet uit de weg gaat) regeert, naast een verlangen naar waarheid en zuiverheid, een morbide agressie die aan zijn verhouding met familie en vrienden een lastige dubbelzinnigheid verleent. De “nieuwsgierigheid” waaraan hij zich in het korte slothoofdstuk uitlevert, belooft dan ook niet automatisch een inlossing van het optimisme dat hem daar en in de titel deelachtig wordt.

Verder dan de grens, waarachter een eigen `authentiek’ leven wenkt, heeft Van den Boogaard zich nog niet gewaagd in zijn romans. Telkens eindigt hij met het perspectief van een nieuw begin, om in een volgende roman weer van voorafaan te beginnen. Misschien dat in de aankondiging van de trilogie het voornemen mag worden gelezen deze grens eindelijk te overschrijden.

Met het verleden is afgerekend, alle oude kwellende raadsels zijn dankzij grootvader opgelost, het echte leven – op eigen kracht in de boze buitenwereld – kan een aanvang nemen. Laten we hopen dat de waarschuwing van vriend Max (“je moeder en ook je vader en je broers en zussen blijven je altijd achtervolgen”) niet letterlijk blijkt te kloppen. Zou dat wel zo zijn, dan vrees ik het ergste voor de trilogie die ons te wachten staat, want na drie volwaardige romans beginnen de mogelijk- heden van het onderwerp waartoe Van den Boogaard zich tot dusver heeft beperkt uitgeput te raken.

Eerder verschenen in De Volkskrant