Zaterdag, 29 december, 2012

Geschreven door: Boogers, Alex
Recensie door: Gerven, Tim van

Alle dingen zijn schitterend

Geobsedeerd door mystificatie

Alex Boogers zet zijn lezers in zijn nieuwste roman (zijn zesde alweer) flink aan het werk. Verhaallijnen en plotwendingen wisselen elkaar in rap tempo af, terwijl zich in elk hoofdstuk een andere verteller aandient. Daar hoeft natuurlijk helemaal niets mis mee te zijn en het kan spannende literatuur opleveren, maar werkt het ook in Alle dingen zijn schitterend, de roman in kwestie?

Het verhaal draait om drie mannen wier levens – uiteraard – op verschillende manieren met elkaar in aanraking zullen komen. Remy, Arthur en Paul hebben nogal wat ellende meegemaakt, maar wat allemaal precies, dat krijgt de lezer pas vijftig toespelingen en cliffhangers later te weten. Boogers doet er namelijk van alles aan om de spanning zo hoog mogelijk te houden. Voortdurend wisselt het perspectief – naast de drie hoofdpersonen komen ook echtgenotes, moeders, dochters, zonen en vrienden aan het woord – en ook in de tijd springen we steeds voor en achter uit. Deze structuur doet nogal gekunsteld aan. Steeds wanneer we denken dichterbij de oplossing van in ieder geval een stukje van het raadsel te komen, schakelen we weer over naar een andere verhaallijn, een andere vertelstem en een andere tijd. In andere woorden: de lezer wordt voortdurend in de maling genomen. Waarom Boogers dat precies doet, anders dan puur voor de spanning, is niet helemaal duidelijk. De geheimzinnigdoenerij voegt namelijk helemaal niets toe aan het verhaal: de personages (allen ik-vertellers) zijn zich immers overduidelijk bewust van hun situatie: waarom delen ze die ons dan niet gewoon mede?

Deze obsessie met mystificatie neemt potsierlijke vormen aan wanneer Boogers verwijst naar gebeurtenissen uit de recente vaderlandse geschiedenis. Ook hier zegt hij niet gewoon waar het op staat, maar maakt hij er een soort Nationale Nieuwsquiz van. Het is bijvoorbeeld niet Friso die volgens één van de personages een skiongeluk heeft gehad maar ‘een Nederlandse prins’. En Pim Fortuyn is niet Pim Fortuyn maar ‘een Nederlandse politicus’. Dat een Nederlander (alle personages zijn immers Nederlands) die zinsneden zou verkiezen boven het eenvoudigweg gebruiken van de namen Friso en Fortuyn is buitengewoon onwaarschijnlijk en onnatuurlijk.

Het is allemaal erg jammer, want Boogers kan zeker schrijven. Hij heeft een soepele, vloeiende stijl die de lezer moeiteloos weet mee te voeren, maar die tegelijkertijd wel erg kaal is. Boogers besteedt weinig aandacht aan details en aan het inkleuren van de omgeving, waardoor veel scènes weigeren tot leven te komen. Het levert bovendien een hoop passages op die beter weggelaten hadden kunnen worden. Aan het verhaal of aan de sfeer voegen ze niets toe. In het onderstaande fragment bijvoorbeeld krijgt Arthur, journalist/workaholic, een telefoontje van een door hem geïnterviewde schrijfster. Ondertussen herinnert hij zich wat er eerder die dag is gebeurd:

Kookboeken Nieuws

‘Het is zaterdagmiddag, Steph heeft Fee meegenomen, eerst naar haar atelier, en daarna zou ze wat boodschappen doen. Fee had willen thuisblijven, bij mij en Taij.
“Papa moet thuis werken,” zei Steph.
“Maar Taij blijft ook thuis!” zei ze. Ik gaf haar een kus. De twee eigenwijze staartjes aan weerszijden van haar hoofd bungelden vrolijk heen en weer terwijl ze heel verongelijkt naar Steph keek. “En buiten is het koud,” zei ze.
“Het is nog kouder als je je jas niet aandoet,” zei Steph.
“Ben je straks nog thuis, papa? Of ga je weer weg?” Ik stelde haar gerust en zei dat ik nergens naartoe ging.
“Goed dan,” zei ze. De kleine diva deed haar wanten aan, Steph hielp haar met haar jas en vroeg of ze haar sneeuwlaarsjes aan wilde.
“Ja, die zijn warm,” zei ze.’

Waarom scènes als deze in de roman zijn opgenomen is misschien nog wel het grootste raadsel dat Alle dingen zijn schitterend oproept. Ze dragen niet bij aan de karaktertekening (behalve dan misschien dat we nu weten dat kleine meisjes eigenwijs kunnen zijn), ze creëren geen sfeer en zelfs aan de plot voegen ze niets toe.

Het vreemde aan deze roman is verder dat, ondanks Boogers’ vermoeiende plotdwang, de meeste raadsels zo rond tweederde van het boek al zijn opgelost. Dat betekent overigens niet dat het er vanaf dit punt veel beter op wordt. Het verhaal valt een beetje stil en het wordt nog een lange zit richting het einde. Wat overblijft zijn de sentimentele en versleten wijsheden waar Boogers in de rest van het boek ook al in grossierde. ‘Blijdschap is net zonlicht, als je het te lang mist, dan kun je op een gegeven moment niet meer verder.’ Zo praten en denken de personages in dit boek. Het maakt dat je ze nauwelijks nog serieus kunt nemen, soapacteurs worden ze, en hun ellende en verdriet en sporadische vreugde laten je op een gegeven moment dan ook volledig koud. En alle spanning, in het begin van de roman zo nauwkeurig opgebouwd, ebt helemaal weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.