Dinsdag, 30 maart, 2021

Geschreven door: Deleu, Jozef
Recensie door: Veen, Evert van der

600 gedichten over leven, liefde en dood

“Nieuw groot verzenboek”

[Recensie] Dit lijvige boek is een thematische bloemlezing van Nederlandse poëzie uit de 20e en 21e eeuw. Van de zuidelijke Nederlanden is Guido Gezelle (1830 – 1899) de eerste dichter van wie werk is opgenomen en van de noordelijke Nederlanden gaat Herman Gorter (1864 – 1927) voorop. De eerste editie van dit boek verscheen in 1976 en bevatte 500 gedichten; in deze 19e herziene druk is nieuw werk van 21 jonge dichters opgenomen.

De thema’s zijn aan ons leven en onze menselijke levenservaringen gerelateerd: verwachting en geboorte, kind zijn, jonge volwassenheid, man en vrouw, ouderlijk huis, levensvragen en de eindigheid van ons bestaan. Zo komt ons menselijk leven in al zijn emotionele dimensies voorbij: bijzondere gebeurtenissen die aanleiding zijn tot vreugde of verdriet maar misschien nog wel meer de gewone dingen die ineens aanspreken, iemand raken, iets losmaken.

Het is een kwestie van smaak maar in het algemeen spreekt de oudere poëzie mij persoonlijk meer aan. Deze gedichten zijn vaak ook wat toegankelijker van inhoud; de jongere poëzie heeft meestal een wat abstracter gehalte. De lezer vraagt zich dan soms af wat de dichter nu eigenlijk wil zeggen en tast dan wat meer naar de – diepere – bedoeling van een gedicht. Zo is in dit boek een duidelijke ontwikkeling in stijl te zien waarin de moderne tijd ook vrijere dichtvormen met zich meebrengt omdat de klassieke wijze van dichten veelal wordt losgelaten.

Een aantal gedichten sprak mij bijzonder aan.

Ons Amsterdam

In de rubriek Het leven ontwaakt. De liefde:

  • Die navond en die roze, van Guido Gezelle, over de innige liefde tussen twee mensen (p. 172).
  • Zwerversliefde, van Adriaan Roland Holst, met de prachtige woorden “laten wij zacht zijn voor elkaar”; de milde omgang die ons vandaag soms ontbreekt (p. 181).
  • Ik heb je liever, van Hans Andreus, over een liefde die zo wezenlijk is dat het aan alles vooraf gaat (p. 199).

In de rubriek Man en vrouw. Het samenleven. Het huwelijk. De vriendschap:

  • Het gebed, van Ida Gerhardt, over de geloofsbeleving van grootouders aan tafel, vandaag een uitstervend christelijk ritueel (p. 274).
  • Ja, van Myrthe Leffring, over het diepste geheim van verliefdheid (p. 369).

In de rubriek Het ouderhuis en de herinnering eraan:

  • Het oude huis, van Martinus Nijhoff, de weemoedige herinnering aan het portret van moeder, zo ingetogen vertolkt (p. 395).

In de rubriek Het grote leven. De vragen. De pijn:

  • In de oudste lagen van mijn ziel, van M. Vasalis, over de bijna mystieke herinnering die een blijvende verbinding met een overleden vormt (p. 461).

In de rubriek Eenzaamheid. Ziekte. Dood:

  • O, als dood zal, dood zal zijn, van Jan Hendrik Leopold, over de liefde die door de dood heen wacht op de ander (p. 556).
  • Insomnia, van J.C. Bloem, over de gedachte aan de dood die een mens voortdurend vergezelt in het leven (p. 562).
  • Zo tedere schade als de bloemen vrezen, van J.W.F. Werumeus Buning, waar de kwetsbare bloemen de stille getuige zijn van onze sterfelijkheid (p. 568).
  • Sotto Voce, van M. Vasalis, over de vele vormen van verdriet die ons leven bepalen (p. 583) dat als volgt begint:

Sotto Voce

Zoveel soorten van verdriet,

ik noem ze niet.

Maar één, het afstand doen en scheiden.

En niet het snijden doet z’n pijn,

maar het afgesneden zijn.

  • Wanneer ik morgen dood ga, van Hans Andreus, over de bijna kinderlijke liefde die nooit voorbijgaat (p.596).

Veel menselijke gevoelens komen in deze omvangrijke bundel voor. Toch zijn er meer aspecten van ons leven te noemen: liefde voor en herinneringen aan het vaderland of geboorteplaats, oorlog en vrede, dieren, kerk en geloof. Misschien een idee voor een vervolgbundel?

De bundel is samengesteld door Jozef Deleu, die zijn leven in dienst heeft gesteld van de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Hij schreef proza en poezie en richtte in 1957 het tijdschrift Ons Erfdeel op waarvan hij tot 2002 hoofdredacteur was. Hij ontplooide meerdere initiatieven om de Nederlandse en Vlaamse cultuur in binnen- en buitenland te promoten en ontving voor zijn werk vele prijzen. Daarnaast verleende de universiteit van Gent hem in 1994 een eredoctoraat en ontving hij in 1996 een hoge Nederlandse onderscheiding: commandeur in de Orde van Oranje-Nassau.

Het boek besluit met een register op dichters en daaruit blijkt dat met name Hans Andreus, J.C. Bloem, Hugo Claus, Rutger Kopland, Martinus Nijhoff, Jan Jacob Slauerhoff en M. Vasalis een aantal keren voorkomen in deze waardevolle bundel.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles